Veel leiders of één ambt?

“Meer leiders welkom in de kerk”: deze kop vat het betoog van Jack Barentsen samen, waarin hij een pleidooi voert voor gedeeld en veelvormig leiderschap (ND 7 febr.). Hij doet dat met verwijzing naar Paulus, die in zijn brieven een ‘breed palet’ aan leidinggevende mensen ziet in het groeiende stedelijke netwerk van kringen en gemeenschappen in de vroege kerk.

Dynamisch beeld

Het is juist, dat het Nieuwe Testament een dynamisch beeld vertoont als het over leiders in de gemeente gaat. En nergens worden deze aangeduid met het woord ambt. Ambt is een theologische constructie die ontstond in de loop van de geschiedenis. Met goed recht overigens, als we dit construct maar niet vereenzelvigen met het Bijbelse spreken over leiderschap. Barentsen heeft wat mij betreft dan ook gelijk, als hij zegt dat daar het gevaar in schuilt van ontsporing in de richting van autoritair en solistisch leiderschap. In die zin beaam ik wat hij zegt over de “sociale status” van het ambt: in een exclusief hiërarchische structuur wordt ambt een positie. Als het gaat over het predikantsambt, de aanleiding voor zijn artikel, is die status overigens al lang verleden tijd. Het proces van verdere ontmanteling van het predikantsambt gaat nog steeds door, in ieder geval in de kerken waarin ik dien (GKv). Het verbaast dus niet, dat de CGK-synode daar een dam tegen wil opwerpen en het predikantsambt wil herwaarderen (de aanleiding voor het artikel van Barentsen).

Toch verbaast het mij dat Barentsen in zijn artikel nergens expliciet de oudsten noemt. Want als je kunt twijfelen aan de Bijbelse basis van het predikantsambt, geldt dat beslist niet van het ambt van oudste of ouderling. Daarover geven de brieven van de apostelen duidelijke aanwijzingen. De apostelen lieten overal in de nieuw ontstane gemeenten oudsten aanstellen. Nogmaals, deze oudsten worden nooit met het woord ambt aangeduid (al geeft de NBV een aantal hits op de zoekterm ambt, maar dat is een vertaalkwestie). Maar al heet het geen ambt, de oudste is de meest duidelijke nieuwtestamentische leider. Deze lijkt op één lijn te liggen met de oudtestamentische oudsten (presbuteroi).

Toch een ‘ambtelijke’ structuur

Ik erken dus dat er in de Bijbel sprake is van een veelvormig leiderschap en dat leiding altijd gedeeld leiding geven is, dus teamwerk. Maar er is wel degelijk een Bijbelse structuur aan te wijzen, een ambtelijke structuur zo je wilt. Inderdaad heeft het woord ambt de bijklank van positie of status. Daar moeten we beslist van af of ver van weg blijven, omdat het in een zondige werkelijkheid bijna onvermijdelijk leidt tot manipulatie en macht. Zodra we in termen van status gaan denken of zodra daar ook maar een zweem van binnensluipt, is het kwaad al geschied en wordt leiderschap top-down, directief en manipulatief. De enige controle van de macht ligt dan ook in het feit dat leiders een team dienen te vormen, en dat zij gekozen worden door de gemeente, op basis van kwaliteiten (gaven). Altijd blijft de gemeente dus verantwoordelijk voor de leiders die zij heeft, nooit zijn gemeenteleden daaraan ‘overgeleverd’ of van afhankelijk.

In dát kader kan ook de predikant functioneren. Ik zie af van een afzonderlijke Bijbelse onderbouwing van het predikantsambt, al zou ik daar graag nader onderzoek naar doen of zien. Het predikantsambt wordt echter juist vanuit de benadering van Barentsen nog kwetsbaarder. Ik zie in zijn artikel dan ook een onbalans als het om de predikant gaat en geestelijk leiderschap in het algemeen. In zijn artikel worden ‘ambten’ te veel functies. Functioneel denken leidt tot geestelijke verplatting, ambten worden dan managementachtige functies. Ik meen dat de kerk daar uiteindelijk aan kapot zal gaan, tenzij we dat tij kunnen keren.

Geen managers maar dienaars

Juist daarom pleit ik voor een geestelijk-Bijbelse onderbouwing van het leiderschap in de kerk. Daarin staat roeping van Godswege hoog aangeschreven, zonder dat wie dan ook zich daar achter mag verschuilen om eigen macht en manipulatie te verhullen. Altijd blijven we aanspreekbaar. Maar binnen het gedeelde leiderschap is er een duidelijke bevoegdheidsstructuur nodig. Gods spreken komt niet uit ons maar komt van Boven. Binnen een gedeeld leiderschap blijven oudsten en predikant elkaar kritisch aanspreken op die roeping: zijn we nog steeds onze Zender waardig? En van buiten die kring blijft de gemeente de leiders kritisch aanspreken: zijn wij veilig bij deze herders? Leiden zij ons achter Christus aan?

Het functioneren van de ambten in de kerk is dus een zaak van een precair evenwicht. Zonder geestelijk gezag worden ambten en bedieningen tot functies, en de gemeente een stuurloze warboel gebaseerd op een soort ‘directe democratie’. Zonder verankering in en verantwoording naar de gemeenschap van gelovigen wordt het ambt een positie die (zij het vaak impliciet) zich terugtrekt op het eigen eiland van autoritaire status. Het ‘ambt’ komt van boven en is van beneden. Beide moeten in de manifestatie ervan zichtbaar zijn, en voelbaar in een houding van nederige dienstbaarheid en gedeelde verantwoordelijkheid. Het gaat dus niet om ‘veel leiders’ en bedieningen tegenover één ambt (te weten dat van de predikant), maar om gedeeld leiderschap in de structuur van de oudsten als geestelijke (geroepen) leiders van de gemeente. Binnen dat team zie ik de predikant als vertegenwoordiger van Christus, maar altijd transparant op zijn Zender, samen met de oudsten geroepen tot dienend leiderschap.

 

 

 

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *