Ik ben (over een boeiende enquête-uitslag) 1

Eerlijk gezegd was ik wat sceptisch over de campagne IkBen van SKW. De naam doet me denken aan de naam Jahwe waarmee God zich aan Mozes bekendmaakt (Exodus 3). Wie ben ik als dominee bij de Ik Ben?! ’t Is dat de enige die zich Ik Ben mocht noemen Zichzelf als de dienaar van allen heeft geopenbaard. Maar dan nog zijn Jezus’ Ik Ben woorden in het Evangelie Johannes van Goddelijke grootsheid.

Naast deze reserves had ik ook vraagtekens bij de enquête met vragen als ‘wat is volgens jou de meerwaarde van de predikant’. Genereer je daarmee niet voorspelbare antwoorden?

Voor mij verrassend kwam er toch een positief rapport over de predikant en hoe deze ervaren wordt uit voort. Mijn reserve (en vooroordeel) moest ik laten varen, erken ik bij deze eerlijk. Ongetwijfeld hebben mijn eigen (minder positieve) ervaringen van de laatste jaren die vooroordelen mede veroorzaakt. Ik voelde er niet veel voor mee te werken aan een opgetogen getuigend filmpje over hoe fantastisch het is om predikant te zijn. Het is beslist een ambt dat veel vreugde brengt, maar niet minder een ambt waarin je strijdt met eenzaamheid en complexiteit (over dat laatste zie deel 2 van dit tweeluikje).

Maar wat me toch trof, is dat een meerderheid van de respondenten benadrukt dat de predikant een ambt bekleedt en tot dit ambt geroepen is en moet zijn. Zeker, alles in balans: ook zijn/haar (hierna gebruik ik voor het gemak de mannelijke vorm omdat ik man ben) persoonlijke kenmerken en professionaliteit behoren tot de elementen van wat een predikant is. Op alle drie moet hij dan ook aanspreekbaar zijn. Die roeping van Christuswege vraagt daar zelfs om. Binnen die kwetsbare balans manoeuvreert de dominee. En blijkbaar wordt dat gezien, in het rapport komt naar voren dat de predikant over het algemeen gewaardeerd wordt. Wel zijn de verwachtingen hoog: hij moet inspireren en verbinden. En vooral ook doorleefde kennis hebben van de wereld waarin wij leven. Er wordt nogal eens een afstand ervaren tussen wat in preken naar voren komt en het dagelijkse leven van de hoorders.

En hier valt me in de respons een wonderlijke tegenstrijdigheid op. Op pag. 15 in het rapport wordt gezegd: “Actualiteit, aansluiten bij de (veranderende) wereld buiten de kerkmuren en de samenleving kennen; die aspecten vinden deelnemers onmisbaar voor de predikant van de toekomst. Tegelijk zien we dat deelnemers het niet nodig vinden dat predikanten meer taken buiten de kerk krijgen.” Als je kijkt naar wat een meerderheid van de predikant verwacht, dan is dat vooral intern gericht. Hij moet voor de gemeenteleden zorgen en een goede empathische pastor zijn, die in allerlei levenssituaties een mens dichtbij is, iemand die namens Christus nabij is in wat mensen meemaken. Prachtig, en niemand zal het daarmee oneens zijn.

Maar dan: hoewel dus kennis van de wereld ‘buiten de kerk’ belangrijk is, moet de predikant vooral wel ‘binnen’ blijven… Hier kan ik me toch moeilijk in vinden. Gedurende mijn loopbaan als dominee ben ik hier dan ook voortdurend tegenaan gelopen. Ben je als dominee dienaar van de gemeente? Of ben je, net even anders, dienaar van Christus? En daarmee dienaar van zijn evangelie? En dús een missionaris, een gezondene die Gods ‘woord-voor-de-wereld’ heeft te vertolken?

Hiermee creëer ik beslist geen tegenstelling tussen de pastor en de Woorddienaar. De vraag is: hoe komt het Woord ter sprake? En is dat Woord dat in pastorale zorg troostend, bemoedigend en waarschuwend aan de orde komt dan een ander Woord dan wat ter sprake komt in die missie in de wereld? Het is en blijft een vergissing dat we daar twee verschillende boodschappen van maken! Er is één Woord van God, en dat is Zijn Woord voor de wereld, voor alle mensen, gelovig of niet!

Hier wreekt zich die manier van spreken die we ook in het rapport aantreffen over ‘binnen’ en ‘buiten’. De binnenkerkelijke wereld is blijkbaar een andere dan de wereld buiten de kerk. Maar is die scheiding terecht? Zijn we als we de kerk bezoeken en in die kerk met elkaar samenleven ineens uit de wereld? En zijn we als we bezig zijn met onze dagelijkse dingen ineens buiten de kerk? De wereld is de wereld waarin wij leven (ook predikanten!), en die wereld laat je niet ineens thuis als je in de kerk zit. Sterker nog, die wereld zit in jezelf, je bent er zelf één ‘van buiten’. Die wereld zit ín je, en dus zit de wereld in de kerk.

Ik vind het dan ook opmerkelijk dat in het rapport te zien is hoe ‘evangelisatie’ (wat je daar ook onder verstaat) gezien wordt als een (veel) minder belangrijk onderdeel van het werk van de predikant dan pastoraat. Zo zit de kerk blijkbaar in elkaar: we leven ons leventje op een afgeschermde manier. De kerk is onze knusse gemeenschap, en daarvoor hebben we een dominee. Maar ik zeg, een dominee die niet allereerst het gesprek zoekt met mensen die niet geloven of die zoekende zijn (heel veel ‘kerkelijke’ jongeren!), kan die zich wel Dienaar van het Evangelie noemen? Je bént toch een boodschapper, en dús een missionaris, een gezondene? Is dat niet juist de diepste identiteit van dit ambt? Je bent man van God, niet mannetje van de kerk.

Of zou de enquête-uitslag iets van een verlegenheid of verlangen bij mensen weerspiegelen? Een spaatje dieper zou je kunnen zeggen: mensen willen graag een dominee die het echte ‘interne’ leven op z’n diepst kan peilen. Dat hij in staat is de mensen bij te staan in hun dagelijkse zoektocht en vragen, levend in een complexe wereld. Maar dat is nu precies ons leven ‘buiten’!

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *