Gemeenschap na corona

Als het over ‘kerk zijn na corona’ gaat, lees ik in kerkelijke media nog te vaak de neiging tot de reactie ‘terug naar hoe het was’. Slechts een enkeling waagt zich aan de gedachtenoefening hoe we ons kerk zijn kunnen (her)inrichten in een situatie van blijvende beperkingen en in de crisis een kans kunnen zien.

 

Eén ding weten we zo goed als zeker: de beperkingen blijven. Hooguit komen er wat versoepelingen, ietsje meer ruimte naar de ene of andere kant. Maar het virus is er en blijft er, een vaccin is niet het wondermiddel en laat nog op zich wachten. Voorlopig zitten we in die ‘anderhalvemetersamenleving’, zoals dat inmiddels is gaan heten.

Een iets diepere overweging is ook, dat alle maatregelen tot nu toe voortkomen uit een technocratisch beheersingsdenken dat ervan uit gaat dat we er iets op gaan vinden. Die denkwijze is vooral oplossingsgericht en ook optimistisch ten aanzien van de macht van de mens. ‘We gaan het fixen’. Kunnen we daar ook van los komen en onze creativiteit inzetten binnen een kader waarin beperkingen blijvend zijn, op z’n minst voor onbepaalde tijd?

Dat de beperkingen blijvend zijn, zeg ik niet uit pessimisme. Het is best mogelijk dat een versoepeling van de restricties leidt tot een leefbaardere wereld. Toch is het volgens mij raadzaam daar niet al te zeer op te rekenen. Wordt het allemaal weer ‘als vroeger’, hopen we binnen niet al te lange tijd weer terug te kunnen keren naar wat vóór corona ‘normaal’ was? Dat is niet vanzelfsprekend, zeker niet op korte termijn. Maar durven we de vraag te stellen of het ook wenselijk is? Kan deze crisis een kans zijn tot diepere reflectie? Die ons in ieder geval bij enkele basale vragen brengt: wat ís de kerk eigenlijk, en waarom doen we wat we doen? Een crisis is letterlijk een moment om beslissingen te nemen en keuzes te maken. Er kan oordeel van God in zijn, of een boodschap. Nee, ik trek geen vlotte conclusies. Maar zie wel de uitdaging, de opdracht. Hoe vullen we nu onze verantwoordelijkheid in?

Daarom wil ik enkele bouwstenen aandragen. We zijn teruggeworpen op een noodgedwongen beperking van ons kerk zijn. Dat helpt ons echt, want nu staan we noodgedwongen voor een vraag die er altijd al lag: wat is de essentie? De crisis legt die essentie bloot: wat houden we nu over? En dus ook: wat kunnen we missen?

Wat is kerk? Ik lees veel over wat we niet meer kunnen: avondmaal, samen zingen, elkaar ontmoeten, ‘koffie drinken’. Maar zie je hoe ongelijksoortig deze dingen zijn? Velen spreken over de kerk als gemeenschap. Stellen we ook de vraag wat christelijke gemeenschap ís? Is dat sociaal contact? Sociale omgang is algemeen menselijk. Wij kunnen niet zonder aanraking, een arm om je schouder, een omhelzing. Is dat de christelijke gemeenschap? Is koffie drinken en kletsen de christelijke gemeenschap? Mag ik zeggen dat ik dat nou juist niet mis? Dat geklets na de kerkdienst, over niks? Nee, dat mag ik niet zeggen, ik weet dat sommigen erover zullen vallen. Toch doe ik het: ik mis die verstikkende roddelcultuur niet, praatjes van mensen die hun hele leven al met dezelfde mensen praten over dezelfde dingen, benauwende clubjes van gelijkgestemden en -gezinden, kliekjes waar je of wel of niet bij hoort, de uitsluiting en veroordeling. Ik mis het niet dat je er alleen bij hoort als je ‘meedoet’, en het spel meespeelt. Is dat soort ontmoeting ruimte of juist benauwenis? Binnen die beklemmende norm dat je altijd aardig moet zijn. Mag je ook eerlijk zijn, mag je door de oppervlakte van al die aardigheid heen prikken? Wat is een gemeenschap zonder ruimte om juist dat te doen?

Zo kunnen we ontdekken wat christelijke gemeenschap echt is. Het gaat niet om sociaal contact gesprekjes over niks, of een gemeenschap van aardige mensen. Het gaat om gemeenschap in Christus, door zijn Geest. En die is niet afhankelijk van kletsen met je medegemeenteleden (of vooral met degenen die jij leuk vindt). Die gaat dieper: de stem van God in je hart horen, verbonden zijn door de Geest die gemeenschap sticht met mensen die ik niet heb uitgezocht en die er helemaal niet ‘bij horen’ (omdat ik er zelf ook niet ‘bij hoor’). En die mij ertoe brengt om eerlijk te zijn over onrecht en uitsluiting, over mijn eigen strijd en kwetsbaarheid, twijfels en onzekerheid, zonder te vrezen voor een oordeel. Samen oprecht voor Gods aangezicht.

Heb je voor die gemeenschap de fysieke ontmoeting nodig? Ja, ik denk het wel. Maar zonder dat is die gemeenschap er nu ook, misschien wel bewuster dan voorheen. Want ik ben niet samen met mijn medegelovigen omdat we elkaar aardig vinden. We zijn samen omdat Jezus ons bij elkaar brengt. Onze verbondenheid is in hem. Samen kijken we naar boven, richten we ons op de aanbidding van onze Heer. In die ‘virtuele’ verbondenheid zijn we ook nu bij elkaar, misschien zelfs beter dan ooit. En vanuit die gemeenschap in God kijk ik opzij: naar die broer, die zus, die met mij knielt voor zijn troon. Onze verbondenheid is allereerst liturgie.

We kunnen bij elkaar komen, in rotten van honderd. Dat is mooi. Maar wat gaan we dan doen, en hoe? Ik stel voor: kerk zijn in uitgeklede vorm. Terug naar de basis: de kleinere kring, de gemeenschap van Geest en sacrament, het geloofsgesprek, het getuigenis, het gebed. Kringen van licht in hun directe omgeving. Buren en vrienden kunnen zo aanschuiven.

En kerkgebouwen, moeten die de deuren dan sluiten? Moeten orgels zwijgen? Deels wel. Het gebouw zal voorlopig niet overvol worden. De kleine kring zal echter bloeien. Doop en avondmaal zullen we bedienen en vieren in kleinere groepen. Zijn we dan iets kwijt, of komen we dichter in de buurt van wat we eigenlijk moesten zijn. De kerk die terug is bij waar ze begon: als een beweging, een informeel bijeenkomende gemeenschap, rondom maaltijd, aanbidding en voorbede.

En dopen, zegenen en bedienen? Dat God zelf daarin naar zijn gemeente toe komt, moeten we blijven erkennen. Maar erkende bedienaars kunnen wel hun bevoegdheid delen, als kerken dat samen besluiten en beheren. Dopen en zegenen zijn geen gemeengoed. Maar zulke sacramentele handelingen kunnen volgens mij best uitbesteed worden, mits zorgvuldig en onder supervisie van de erkende en aangestelde herder, in overleg met de raad van oudsten. Dan hebben we echt geleerd van de crisis.

 

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *