CGK kiest voor isolement

Terwijl alles zich in de richting beweegt van meer openheid en samenwerking, heeft de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken onlangs gekozen voor de omgekeerde richting. Niet dat het verrassend was, die weg was al ingeslagen. Maar nu zijn er muren opgetrokken die niet snel neergehaald zullen zijn. Alsof er een soort verbetenheid is om allereerst en vooral een eigen weg te gaan.

Uiteraard moet ik oppassen wat ik zeg. De Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) waartoe ik behoor zijn ook nog maar amper droog achter de oecumenische oren. De synodes van na 2000 kozen voor het slechten van de laatste vrijgemaakte muren. Nu kan bij ons wat een decennium of 4 à 5 terug volstrekt ondenkbaar was. Vrouwelijke ambtsdragers, deelname in de Raad van Kerken, partner van de Nationale Synode, hereniging met de Nederlands Gereformeerde Kerken, het kan niet op. De zegening van stellen met geregistreerd partnerschap en van homohuwelijken lijkt een kwestie van tijd.

Of vergis ik mij? Want genoemde zaken zijn uiteraard niet alle van het zelfde gewicht. Je kunt prima lid zijn van de Raad van Kerken en een orthodoxe koers blijven varen. Maar is dat met homohuwelijken ook zonder meer zo? Sommigen hebben daarover een robuust standpunt. En dat geldt ook voor vrouwelijke ambtsdragers. Men zegt dat de kerken hiermee het spoor van de Bijbel reeds hébben verlaten…

Zeker, al deze hete hangijzers voor de kerken zijn ongelijksoortig. Hoe we de Bijbel lezen, daarover mag zeker nog wel meer dialoog komen. In de zin van een gesprek waarin men naar elkaar luistert (en niet uitsluitend zendt). Maar hoe ongelijk ook, er zijn ook zaken die we wat mij betreft beslist moeten toejuichen. En dat geldt zeker van de keuzes om meer verbonden te zijn met ‘andere’ kerken, d.w.z.: kerken van zeer uiteenlopende tradities en leerinhouden.

Niemand zal ontkennen dat de ware eenheid van de christenen in Christus is. Willen we luisteren naar de stem van de goede herder (Johannes 10), dan volgen we hem. Hij brengt al de zijnen samen, “één kudde, met één herder” (Johannes 10,16). Elkaar als christenen zoeken en op deze verbondenheid met de Heer aanspreken is dus een opdracht van Jezus zelf en ook zijn belofte. Het was ook zijn gebed (Johannes 17).

Lange tijd waren ‘vrijgemaakten’ ervan overtuigd dat die eenheid samenviel met kerkelijke eenheid. Gebaseerd op het ware belijden, het zuiver nagesproken Woord Gods. Maar daarmee zwommen we in onze eigen fuik. Het verwijt van hoogmoed en zelfvoldaanheid trof ons terecht. Moeten we niet erkennen dat we daarmee ook Gods oordeel riskeerden? Omdat we die kerkelijke eenheid zo opsloten in dat ene instituut en deze vereenzelvigden met de eenheid van alle gelovigen in Christus?

Dus daarom zal ik de CGK niet hard vallen. Alleen het blijft toch een opmerkelijke koers die men kiest. Aan de kant van de ‘kleine oecumene’ vinden momenteel aardverschuivingen plaats: GKv en NGK fuseren. Wat eind vorige eeuw ondenkbaar leek, wordt werkelijkheid. Twee kerken die gescheiden waren geraakt en daarna met veel pijn en trauma afzonderlijk van elkaar verder leefden, hebben elkaar weer gevonden. Niemand moet ontkennen dat dit een werk Gods is, of minstens een ontwikkeling die de Goede Herder tot vreugde zal stemmen. Die toenadering is ook niet zonder schulderkenning ten aanzien van het verleden gegaan. Deze hereniging kwam tot stand in verootmoediging en zonder triomfantalisme. Het tromgeroffel van het verleden laten we Goddank achter ons.

Ook de beslissing om te gaan deelnemen in de Raad van Kerken en partner te zijn van de Nationale Synode liggen in diezelfde lijn. Vrijgemaakten dienen te erkennen dat er in het verleden te stellig afstand genomen is van andere kerken en christenen. Het oordeel over leer en leven in deze andere gemeenschappen sprak men soms te makkelijk uit. In dat verband is het spreken van de hoogleraren Peels en Huijgen op de CGK-synode (volgens het ND-verslag) een duidelijk appel: wat een halve eeuw geleden nog vrij massief als ‘vrijzinnig’ bestempeld kon worden, daar ligt het nu aanzienlijk meer gedifferentieerd. Zo zelfs dat er alle reden is toenadering te zoeken.

Bovendien: als je met andere kerken aan tafel zit om te spreken, ontdek je al snel dat je ook met hen aan dé Tafel zou moeten. Bij verschillen die er zijn, is er in toenemende mate juist die verbondenheid met Christus. Door met elkaar aan tafel te gaan, kun je elkaar op díe eenheid aanspreken. Alleen is de volgorde dan anders dan ‘vrijgemaakten’ vroeger stelden. Men zei toen: eerst praten, dan constateren of je één bent, dan de eenheid vieren aan de Tafel van de Heer. Nu keren we het om: eerst dat liefdemaal, en in die verbondenheid vrijmoedig spreken over het geloof. Oók over de verschillende geloofskeuzes die gemaakt worden. Wat zouden we juist vanuit die verbondenheid een prachtig en vruchtbaar gesprek kunnen hebben over de doop (met de Baptisten), over het avondmaal (met de RK), over de Geestesgaven (Pinksterkerken)!

De besluiten van de CGK-synode doen deze kerken nu afbuigen van die t/Tafel. Dat is niet maar een keuze voor de eigen kerk of kerkcultuur. Het is een keuze voor het instituut bóven Christus. En daarmee dreigt men de weg van het sektarisme op te gaan. Men drijft deze kerken zo in een isolement, de impasse van wegen die doodlopen. We moeten hopen en bidden dat deze kerken van die heilloze weg terugkeren. Want hun eenheid kan geen andere zijn dan de eenheid van alle christenen: in Christus.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *