Gods mysterie: Christus in jou – preek over Kolossenzen 1, 25-27 (bij de feestelijke eerste dienst in het vernieuwde Kruispunt)

Het Kruispunt (nieuwe kerkzaal)

 

Vaak vergelijken we de kerk met een kudde. De Bijbel doet dat ook: Gods gemeente is als een kudde schapen. Wat zie je dan voor je? Schapen in een weiland, met een sloot er omheen, of een hek? Zo zie je ze vaak in Nederland.

Afbeelding1

Of denk je meer aan een groep schapen die achter een herder aanloopt? Geen hek of sloot er omheen, en toch blijven ze bij elkaar.

Afbeelding2

Hoe kan dat: dat ze niet weglopen? Jezus legt dat uit in dat prachtige verhaal van de goede herder (Johannes 10). Daar zegt hij: de herder loopt voor de schapen uit en de schapen volgen hem. Waarom volgen ze hem? Omdat ze zijn stem kennen, zegt Jezus! Als je thuis een hond hebt, is dat net zo. Als jij hem roept, of je vader of moeder, dan komt hij. Hij luistert echt niet naar een vreemde (als ik hem roep, komt hij echt niet…). Dat komt doordat hij zijn baasje kent; en: hem vertrouwt. Zo volgen de schapen van Jezus’ kudde hem, omdat ze hem vertrouwen!

Maar lopen er dan nooit schapen weg? Jazeker wel, en daarover zegt Jezus, dat de herder die schapen gaat zoeken (Matteus 18,12). En ook dat hij schapen die nog niet bij de kudde horen opzoekt en erbij brengt (Johannes 10,16). En ook spreekt Jezus over wat er gebeurt als hij terugkomt. Dat hij dan schapen en bokken van elkaar zal scheiden (Matteus 25).

Zie je, nu wordt het al ingewikkelder. Er is een kudde die bij elkaar blijft, sommige schapen lopen weg, andere komen erbij. Je kunt dus aan de kudde niet zo maar zien wie er wel of niet bij hoort, en bij blijft.

Kijk zo nu nog eens naar deze nieuwe kerkzaal. We zijn vanmorgen als een kudde naar binnen gelopen. We kwamen van de straat, en zo gingen we samen naar binnen. Stel, je kwam bij de toren naar binnen. Dan loop je dus van de deur daar via dit middenpad zo in de richting van dit raam. Daar zie je dat prachtige raam: een licht kruis, met goudgele randen. Dat is onze looprichting, samen in de richting van het kruis. Dat is door de nieuwe opstelling van de stoelen ook onze kijkrichting, we kijken naar het kruis. Zo beelden we voortaan elke zondag de weg uit van de kudde van Jezus. Door te komen, in de kring te zitten, samen in de richting van het kruis. Sommigen vooraan, anderen liever wat op de achterste rij. Maar allemaal omdat je gekomen bent voor de goede herder.

Afbeelding3

Want waarom volgen de schapen de herder? Wat is het geheim, het wonder van de kudde? Waarom ben je hier? Dat is niet omdat het zo’n mooie kerk is (je kunt daar ook té trots op zijn…). Nee, dat is omdat Jezus de goede herder is, omdat hij zijn leven voor jou gaf. Je komt omdat je in hem gelooft, bij hem wilt zijn. Of omdat je hem zoekt, hoopt dat je hem mag leren kennen.

Dat is het wonder van de kerk, het geheim van de kudde. Er is iets, nee, iemand die jou hier brengt, je hierheen trekt. Wat praten we vaak plat over de kerk, vanuit onze eigen wensenlijstjes! Het wonder van de kerk is het wonder van de kudde die de herder volgt. Geen hek erom, geen muur; wel een hart, iemand die jou zoekt en roept, naar zich toe haalt.

Nu, en zo spreekt Paulus over het geheim, het mysterie van de kerk, in Kolossenzen 1. Wat is dat geheim? Tja, een geheim is geheim: wat geheim is mag je niet weten. Maar kinderen in de kerk, hoe gaat dat, als jij een geheimpje hebt? Je mag het niet verklappen, maar wat wil je eigenlijk het liefst? Precies: je wil het tóch vertellen, al is het maar aan één iemand. Je wilt het toch iemand in zijn oor fluisteren: zal ik jou eens een geheimpje vertellen…? En dan hoop je dat die ander lekker nieuwsgierig wordt.

Nou, ook Paulus zegt dat Gods geheim of mysterie verklapt is. Onthuld, bekend gemaakt, zegt hij. Wat is dat dan?

In Paulus’ tijd had je allerlei ‘mysteriegodsdiensten’. Door bepaalde rituelen en offers, en door een eed af te leggen, kon je daar bij komen. Zo werd je ingewijd, zo heet dat, ingewijd in de geheimen van die goden. Alle eeuwen door zijn er van die geheimzinnige gezelschappen geweest. Van Vrijmetselaars of tot genootschappen of orden als de Tempeliers. Alles wat mysterieus en geheimzinnig is, heeft een enorme aantrekkingskracht. Zelfs de meest waanzinnige complottheorieën worden grif geloofd (voorbeeld).

Is het christelijk geloof dan ook zo’n mysteriegodsdienst? Ja: ook God had een geheim. Maar: God heeft dat geheim nu juist wel onthuld. God maakt zijn geheim bekend. En toch: dat geheim, daar moet je wel in worden ingewijd.

Want wat is nu dat geheim, dat mysterie? Paulus zegt: Christus in u! Christus in u: dat is in de brieven van Paulus een vaste uitdrukking. En denk dan nog weer even aan die schapen die de herder volgen. Waarom volgen ze hem? Omdat ze hem vertrouwen, omdat ze hem kennen. Omdat zijn liefde in hen is! Omdat hij dus… zelf in hen is.! Als jij gelooft in Christus, of verlangt naar Jezus, is hij niet alleen maar ergens buiten je. Als die herder die daar vooraan loopt, voor zijn schapen uit. Nee, hij is ín je, nog veel intiemer dus. In je, omdat hij van jou houdt, en jij van hem!

En ja, als je daar over nadenkt, dan moet je wel zeggen: dat is… een mysterie! Een raadsel, iets onbegrijpelijks. Paulus heeft veel vaker over dit wonder gesproken als een mysterie. Hij bedoelt daarmee, dat het om iets gaat wat je gelooft maar nooit echt begrijpt. Het is een onbegrijpelijk mysterie: God die op aarde kwam, mens werd. Het was Gods plan, maar eeuwenlang was dat plan nog verborgen. De profeten kondigden het aan, maar wie heeft het toen al begrepen? Toen kwam Gods Zoon op aarde, maar velen wilden niet in hem geloven. Ze zagen een man uit Nazaret, een doodgewone mens. Dat hij Gods Zoon was, de vervulling van Gods beloften, dat moet je geloven. Geloof jij het, gelooft u het?

Besef dan wel, dat het een wonder is als je dat gelooft!  Als je dat gelooft, is dat door Gods Geest, die dat geheim in je hart onthult. Maar ook dan begrijp je er niets van. Het blijft dus een mysterie: niet alleen een geheim, ook een wonder, een raadsel. Dat God in jouw hart kan wonen, dat blijft een onbegrijpelijk mysterie. Ga maar na: Gods Zoon kwam op aarde, stierf, stond weer op, keerde terug naar de hemel. Dat is twintig eeuwen geleden, toch is hij bij je. En hij is in de hemel, toch woont hij in je, in je hart. Dat is toch een onvoorstelbaar iets? Dat snap je niet, dat kun je zelfs niet echt onder woorden brengen. Nee, je voelt het.

Of niet? Want misschien kan ik dat beter niet zeggen. In onze emotiecultuur willen we wat voelen: pas als je het voelt, is het echt. Dat is een leugen, misschien voel je wel niks. Maar toch, durf ik dan te zeggen, toch weet ik wel zeker dat iedereen hier iets voelt. Iets van een wonderlijk verlangen, een soort hoop. Of misschien wel veel meer: een kracht, een intense blijdschap. Maar dat is voor iedereen verschillend. Vaak afhankelijk van wat je meemaakt of de fase waarin je zit.

Het is als die loop- en kijkrichting hier in de kerk. Iedereen die hier is of komt, heeft zijn/haar eigen verhouding met Gods geheim Christus. Misschien ken jij hem, je geniet van zijn liefde, leeft uit zijn vergeving, ervaart zijn kracht. Of zoek jij hem: je twijfelt en worstelt met vragen, hoopt hem te vinden. Geloven is niet een waarheid kennen, een leer aanhangen. Geloven is het geheim zoeken, Jezus vasthouden, soms tussen hoop en vrees. Maar ook hem kennen, zijn liefde in je toelaten, zijn vergeving en Geest willen ontvangen.

Dat is brood en wijn nemen. Want het avondmaal, dat is je inwijding, inwijding in dat geheim. Ga dus op weg, ga in de richting van dat kruis daar. Tussen die panelen door kijk je naar dat lichte kruis. Je komt van buiten en gaat naar binnen. En kijkend naar het kruis zing je (Gezang 171):

Wees stil voor het aangezicht van God, want heilig is de Heer. Aanbid Hem met eerbied en ontzag, en kniel nu voor Hem neer!

Afbeelding4

Zo treed je toe, word je ingewijd, in het geheim. Daarom is het mooi dat je als je avondmaal gaat vieren eerst je geloof belijdt. Je maakt een keus, je zet een stap. Je antwoordt op die stem van de herder: ja, Heer, ik wil uw geheim ontvangen! En zo belooft hij je: ik heb jou lief, ik aanvaard je, voor altijd. En één ding is dan zeker: dan heb je deel aan de hoop op goddelijke luister, zoals Paulus dat hier zegt. Jezus in jou, dat is God in jou. En God in jou, dat is Gods leven in jou. Goddelijk leven, eeuwig leven.

Amen.

Kol. 1, 25-27

 

foto Het Kruispunt

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *