Als je bij Jezus hoort, leef dan voor je nieuwe Heer – Preek over Kolossenzen 3, 5-15

Stel je voor, je werkt bij de Aldi, achter de kassa. Maar op een dag krijg je een betere baan bij de Hoogvliet. Wat zou je baas dan zeggen, als je op je werk verschijnt in je oude Aldikleding? Wat is de functie van bedrijfskleding? Het laat zien dat je bij die winkel hoort. En: iedereen heeft de zelfde kleding aan, dus je laat daarmee ook zien dat je bij elkaar hoort, samen één bent.

Als je bij Jezus hoort, krijg je ook nieuwe kleren. Daarmee laat je zien dat je bij hem hoort. En: zo laten we de eenheid zien van de mensen die hem volgen. Het gaat vanmorgen niet over hoedjes en rokken, stropdassen en pakken. Dat is allemaal uiterlijk, een eigen cultuur. Het gaat vanmorgen over Christus, over hoe je bij hem hoort.

Als je bij Jezus hoort, leef dan voor je nieuwe Heer.

  1. Doe je ouwe kleren uit (5-11); 2. Trek je nieuwe kleren aan (12-15).

1

Leven als christen, hoe ziet dat er uit? Is dat leven volgens Gods geboden, leven naar zijn regels? Dat denken we vaak: gelovigen moeten volgens Gods regels leven. Zoals niet vloeken, op zondag naar de kerk, geen seks voor je trouwt, niet liegen. Vaak hebben we de Tien Geboden daarbij in ons achterhoofd.

Maar klopt dat wel? In het voorgaande waarschuwde Paulus al, dat we niet elkaars scheidsrechters moeten zijn. Je moet elkaar niet continu beoordelen op allerlei punten. Het gaat er niet om of je volgens de regels leeft, het gaat om Christus. Daarom dat begin van Kol. 3: leef als uit de dood opgewekte mensen, je blik gericht op hem. Dat is toch iets anders dan leven volgens regels. Het is: Christus volgen, leven als Jezus. Als je één bent met Jezus, ga je God liefhebben, en ja, dus ook dienen. Wat dat betekent, hoe dat er uit ziet, dat gaat Paulus uitleggen vanaf vers 5. Dus gaat het er nu over: wat betekent gericht zijn op de hemel voor je leven op aarde?

Hemels leven zet Paulus tegenover aards leven. Nieuwe tegenover oude kleren. Paulus gebruikt sterke woorden: afsterven (5), opgeven (8), afleggen (9). Voor ‘afsterven’ gebruikt hij zelfs een nog veel sterker woord: maak dood! Maak dood, die ontucht, zedeloosheid, hartstocht, begeerten en hebzucht!

Dat zijn van die woorden die je in de Bijbel leest en waarbij je denkt: wat is dat? Laat ik het zo zeggen: de dingen die hij noemt, zijn allemaal dingen die te maken hebben met gerichtheid op jezelf. Wat ik lekker vind, opwindend, wat ik hebben wil… Dat is, zegt hij, allemaal afgoderij: mijn ik op de hoogste plaats, als een god op de troon.

Bijvoorbeeld seksueel genot. God heeft dat zelf geschapen, om ervan te genieten in een relatie van trouw. Het is iets wat je in liefde gééft, aan elkaar. Maar los van God wordt het iets wat je néémt, voor jezelf. En daarmee past het in dat zelfde rijtje als hebzucht, en dus afgoderij. Dan draait het om jou, om wat jij wilt hebben.

Zulke dingen somt Paulus hier op: verboden seks, hebzucht, allemaal ik-gerichtheid. Maar als christen ben je niet ik-gericht, maar Christus-gericht. Niet meer hebberig, nemen wordt geven, dienen; net als Christus. Veel mensen die zonder God leven zien seks als iets voor jezelf. Ben je één met Christus, dan is het niet alleen voor jou, maar iets wat je gééft: omkering dus.

Zie je, dat oude en nieuwe, dat gaat op geen enkele manier samen. Je kunt niet je nieuwe bedrijfskleding over de oude aan trekken. Dan ben je toch eigenlijk een leugenaar, een huichelaar? Het oude stiekem bewaren, onder het zogenaamd nieuwe, dat kan toch niet? Die oude kleren moeten echt uit! Want om deze dingen treft Gods toorn degenen die hem ongehoorzaam zijn! Gods toorn, dat is dat hij een afschuw heeft van dat oude bestaan in zonde. Je wilt toch niet dat God jóu verafschuwt? Je wilt toch dat hij blij met je is, je liefheeft en aanvaardt? Daarom zegt Paulus het zo sterk: geef het op, ruim het op. Zoals wanneer je je huis opruimt en spullen naar het afvalbrengpunt brengt.

Vervolgens noemt Paulus ook uitingen van drift of agressie. Woede, drift, vloeken, schelden. Het heeft alles te maken met jezelf laten gaan, ongeremd, je zelfbeheersing verliezen. Dan maak je veel kapot, er ontstaat wantrouwen, verwijdering. En ook als je liegt, gebeurt dat. Maar je bent toch geen volgeling van de grote bedrieger en leugenaar de duivel? Je hoort bij Jezus, die de waarheid en vrede zelf is!

Dus al dat aardse, oude leven moet dood, je moet het opgeven, uittrekken als oude kleren. Tijd om je om te kleden dus. Zeker, dat is best even lastig: als je je omkleedt, sta je wel even in je blootje. Die oude dingen opruimen, dat kan best even pijn doen. In die ouwe kleren voelde je je best lekker. Het zijn dingen die bij je hoorden. Dat afsterven doet zeer, het is een stuk van jezelf. Maar het past niet meer bij je nieuwe identiteit, als hemelburger. Dus eerst moet je de naakte waarheid onder ogen zien. Ik ben van Christus, hij wil me opnieuw aankleden.

Maar in die nieuwe kleren lijken we allemaal steeds meer op hem. Verschillen vallen weg: jood, Griek, besneden, onbesneden, allemaal één in Christus. Minister of vuilnisman, rijk of levend van een uitkering, het doet er niet meer toe. We worden allemaal in dezelfde kleren gestoken: allemaal één met Christus. Mijn achtergrond valt weg, mijn nieuwe leven, dat is het enige dat nog telt.

 

2

Dit laatste is misschien wel de kern van dit gedeelte: onze eenheid in Christus. Leven als christen heeft dus minder te maken met regels, en meer met zijn als Jezus. Dat we een gemeenschap zijn van nieuwe mensen, in wie Christus zichtbaar wordt.

Kun je je dat voorstellen: wij gewone mensen, zijn de zichtbare Christus! Dat is ook bijzonder, en daarom zegt Paulus dat hier heel mooi: God heeft u uitgekozen, jullie zijn zijn heiligen, hij heeft je lief! Jij bent voor God dus net zo als Jezus voor hem is. Jij bent mijn uitgekozene, mijn geliefde Zoon, zei God tegen hem. Wat hij tegen zijn Zoon zei, zegt hij ook tegen ons! Juist daarom moet zijn karakter ook in ons zichtbaar worden: als nieuwe kleren.

Vanaf vers 12 gebruikt Paulus enkele malen dat zelfde woord: kleed je. Kleed je aan met kleding waarmee je Jezus laat zien: meeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid, geduld. Tegenover die agressie en ik-gerichtheid nu zijn liefde, en zelfbeheersing. Jezus’ karaktertrekken, zoals Paulus die ook noemt in Galaten 5,22/23 (de bekende ‘vrucht van de Geest’).

En in Christus’ kerk versterkt de één dan de ander. Let op het woord elkaar: als iedereen als Christus is, wordt het geven én ontvangen. Verdraag elkaar, vergeef elkaar. Elkaar verdragen is niet iets passiefs, alsof je het met elkaar moet zien uit te houden. Het is actief: elkaar waarderen, juist diegene die er anders over denkt, of anders is. En elkaar vergeven: je verwijten inslikken, opnieuw beginnen. Dat gaat nog verder: ‘elkaar’ betekent, jouw kritiek slaat ook op jouzelf. Jijzelf bent niet minder lastig te accepteren dan die ander.

Dat kun je alleen erkennen als je even weer denkt aan wie we zijn: Gods uitgekozenen, zijn geliefden. Mensen die allemaal van Gods genade leven, zoals Paulus zegt: zoals de Heer u vergeven heeft. Dat betekent niet, dat je alles maar goed vindt. Nee, duidelijk genoeg wordt hier: leven in zonde is geen optie meer. We zijn nieuwe mensen, in nieuwe kleren gestoken. Daar past geen oud leven meer bij. Daar mogen we elkaar dan ook in liefde op aanspreken. De kerk moet geen tuchtloze club worden, waarin alles maar goed gepraat wordt. Vergeving betekent ook, dat er schuld was; die erkend, beleden moet worden. Verantwoordelijkheid nemen voor wat je deed.

Dat kan alleen in de sfeer van Christus’ liefde, de band die u tot volmaakte eenheid maakt, zoals Paulus dat hier zegt. Christus’ liefde zuivert de kerk. Maar dan moeten we die liefde ook echt in ons toelaten, in ons laten wonen, werken. Dan gaat de vrede van Christus in je heersen. Hij maakte mensen die van God en elkaar vervreemd waren één.

Dat is wel, dat ten slotte, een groeiproces. Dat oude leven is als een verslagen monster, dat toch soms nog weer opleeft. Daarom zijn onze nieuwe kleren kleren die steeds verder vernieuwd worden. Vernieuwd naar het beeld van onze schepper, zegt Paulus. De mens zoals God die bedoeld had, toen hij mensen schiep. Zo moeten we weer worden. Of nog beter: zo’n mens is Christus, en wij moeten worden als hij. Hij is ons voorbeeld, het model waarnaar God ons vormt, opnieuw schept.

Verlang je daar naar? Neem dan een kloek besluit: doe je oude kleren uit, voorgoed. En trek zijn kleren aan, de kleren van jouw nieuwe baas, je nieuwe koning.

 

Amen.

 

Kol. 3, 5-15 (handout) Kol. 3, 5-15 Kol. 3, 5-15

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *