Gods eigen volk: gekozen uit alle mensen! – preek over Exodus 19, 5/6 (bij het begin van een nieuw jaar)

Kinderen, jullie hebben allemaal een werkblad gekregen, wat staat er op? Juist, een kroon: als jij bij God hoort, heb je eigenlijk ook een kroon op je hoofd. God heeft jou een kroon opgezet, want jij bent een koningskind, een prins of prinses. Maar weet je, eigenlijk zijn wij dat allemaal, ook jullie vaders en moeders. Allemaal gekroond, allemaal zijn kostbaarste schat.

Gods eigen volk: gekozen uit alle mensen!

Gods kostbaarste bezit in de wereld (1); Gods vertegenwoordigers op aarde (2).

1.

Kostbare schat: dat woord komen we ook hier tegen, (Exodus 19,5). Er staat een woord dat komt uit de sfeer van koningen en paleizen. Een koning woont niet in een rijtjeshuis, maar in een paleis. Hij is het staatshoofd, hij vertegenwoordigt het land en het volk. Daarom moet hij in een prachtig paleis wonen. Paleizen zijn schitterende gebouwen, met grote zalen vol kunstschatten. Hij is de koning van het hele land, van alle mensen. Maar die paleisschat, dat is zijn kostbaarste bezit. Waarmee hij pronkt, daar komt hij mee voor de dag.

Nu, zo noemt de HEER zijn volk zijn kostbare schat. Het laatste zinnetje van vers 5 lijkt een tussenzinnetje: want de hele aarde behoort mij toe. Maar dat laat precies die speciale relatie zien, die God met Israël heeft. Alle volken en mensen zijn van hem; en Israël is voor hem speciaal, de parel in zijn hand.

En dat woord schat zeg je niet alleen van wat je hebt, ook van iemand van wie je houdt. ‘Lieve schat’, zo noemen sommige getrouwde mensen elkaar. Dus een schat is niet alleen iets kostbaars wat je hebt, het is ook je lieveling. Dat is Israël voor de HEER: zijn geliefde schat, zijn blijdschap en trots. God is de koning van de hele aarde, van alle mensen, Israël is zijn liefste.

Het is dan ook niet voor niets op dit moment, dat God dit zegt. In Exodus 19 zijn we gekomen bij het hart van het verhaal van Israëls bevrijding. In de afgelopen weken hebben we een paar keer iets gezien van de voorgeschiedenis. God stuurt Mozes naar de Farao; in zijn naam moet hij hem gebieden het volk te laten gaan. Farao weigert, hij verzet zich tegen God, en God verhardt zijn hart. Maar Israël is Gods eerstgeboren zoon, dus doodt God Egyptes eerstgeborenen. In grote radeloosheid laten de Egyptenaren de Israëlieten dan eindelijk gaan. God maakt een weg door de zee, en zo bereiken ze nu de Sinaï. Hier zullen ze lange tijd blijven, dit is de plek waar God zijn verbond met hen zal sluiten. Daarom is dit hoofdstuk het hart van het bevrijdingsverhaal. Het staat bijna in het midden van Exodus. Dit is de huwelijkssluiting, hier gaat God de koning, trouwen met zijn volk, de koningin.

We zijn het jaar 2016 binnengegaan. Wat gaat dit jaar ons brengen? Persoonlijk: misschien heb je er zin in, of misschien ben je juist bezorgd. Maar ook als het gaat om de kerk, en geloven in deze tijd: hoe kijk je er tegenaan? Als christenen zijn we een minderheid. Met de kerk wordt geen rekening meer gehouden. Nederland is geseculariseerd: wat eens een christelijke samenleving was, is voorbij. Koopzondagen zijn normaal, christelijke waarden en instituties verdwijnen. Dat baart ouderen soms zorgen. Maar voor veel jongeren is dat niet hun grootste probleem. Zij strijden meer met de vraag: waarom zou ik geloven? Ben ik soms beter dan mensen die niet naar de kerk gaan? Mensen die niet geloven, hebben het prima naar hun zin, ze missen niks. En zijn ze slecht, omdat ze niet geloven? Nee, soms kun je als christen een voorbeeld aan hen nemen. Veel mensen die niet geloven hebben respect voor hun medemens, zijn behulpzaam. Wat is dan de meerwaarde dat ik geloof?

Inderdaad, een lastige vraag. Ik ga ook niet zeggen, dat christenen betere mensen zijn. Of dat je wel goed kunt zijn, maar dat het zonder God toch uiteindelijk niks is. Vroeger zou ik dat misschien nog wel eens gezegd kunnen hebben. Maar dat soort uitspraken zijn toch wat al te makkelijk. Het komt er dan bijna op neer, dat je zegt: geloof nou maar gewoon, dat is beter.

Nee, ik wil het vanmorgen zeggen met dit Bijbelgedeelte. Gods volk is een volk met een koninklijke status. God zet je een kroon op het hoofd, je bent een koningskind! Daarmee zegt hij tegen u en  jou: voor mij ben jij bijzonder. Voor mij ben jij heel speciaal! De hele wereld is van mij, maar jij bent voor mij het aller-kostbaarst!

Vraag je je af, waarom jij zou geloven? God begrijpt dat best. Toch zegt hij tegen jou: voor mij ben je een parel in mijn hand. Als je wilt, mag je mijn schat zijn. Wil je dat?

2.

En dat volk, dat koninkrijk, is ook een koninkrijk van priesters. Het is bijzonder dat God dat hier en nu tegen de Israëlieten zegt. Lees je verder in Exodus, dan komen al die hoofdstukken over de tabernakel. Over die draagbare tempel, hoe die er uit moest zien. Over offers, hoe ze dat allemaal moesten doen. En dus ook over de priesters. En die priesters, dat zijn heel speciale ambtsdragers. Ze komen uit één stam, Levi, het zijn nakomelingen van Aäron. En dan heb je ook nog de hogepriester. Die één keer per jaar in het heiligste van de tabernakel mocht komen. Dus is het wel apart, dat God nu álle Israëlieten priesters noemt, een volk van priesters! Waarom is dat zo?

Daarvoor moet je kijken naar wat de taak van die speciale priesters is. Eigenlijk staan priesters tussen God en de mensen in. Ze vertegenwoordigen de mensen bij God, met hun offers en gebeden. Maar ook andersom, vertegenwoordigen ze God bij de mensen. Door Gods verzoening over hun zonden uit te delen, door Gods zegen op hen te leggen. Dus: God vertegenwoordigen bij de mensen, de mensen vertegenwoordigen bij God.

En nu zegt God: jullie zijn allemáál priesters! Dat kan maar één ding betekenen: ook Israël vertegenwoordigt God in de wereld. En dus ook andersom: ook Israël vertegenwoordigt de mensen bij God! Uit alle mensen, uit de hele wereld, kiest God een volk; zijn kostbare schat. En dat volk krijgt een heel speciale roeping: Gods vertegenwoordigers op aarde zijn.

Door het hele Oude Testament heen zie je dat Israël die missie heeft (o.a. vaak bij Jesaja). Ook in Deuteronomium 26 zie je zo’n soort liefdesverklaring/annex missie. God zegt daar: Israël, je bent mijn kostbaar bezit. In één adem daar achteraan: (als jullie) al mijn geboden naleven, zal ik jullie hoog verheffen, boven alle volken! Dus: door Gods geboden na te leven zullen ze boven alle volken uitstijgen. Zo zelfs dat God zegt: u zult lof oogsten en met roem overladen worden! Dat kleine volkje, minderheid in de wereld, zal opvallen! Als ze Gods geboden naleven, zullen de mensen iets heel bijzonders te zien krijgen. Een land, een volk, waar recht en vrede heersen.

Denk eens aan al die bijzondere wetten die God zijn volk gaf. De armen mochten koren verzamelen op de akkers. Buitenlanders hadden rechten en bescherming. Voor weduwen en wezen was er armenzorg, sociale wetgeving avant-la-lettre. Huwelijk en seksualiteit moesten zuiver zijn, voorbeelden van trouw. Ze hadden één dag in de week vrij, uniek in de wereld! Er waren sabbats- en jubeljaren, je schulden werden dan kwijtgescholden. Dat soort dingen bestonden nergens anders! Een samenleving van recht en gerechtigheid, van naastenliefde en vrede. Kortom: u zult het volk zijn dat aan de HEER, uw God, is gewijd! Als priesters toegewijd aan God, als een levend offer. En tegelijk: met hun heilige leven een levend voorbeeld voor de wereld.

Echter, helaas zijn ze schromelijk tekortgeschoten in die prachtige priestertaak. Het was een hoge roeping, maar het bleef stukwerk, zwak en zondig. Zo erg zelfs, dat ze uiteindelijk in ballingschap eindigden. Daarom kwam er een nieuwe priester-koning: Gods eigen Zoon, Jezus Christus. Gods eerstgeboren zoon Israël liet het afweten. Zijn echte enige Zoon Christus deed het perfect. Hij vertegenwoordigde God bij de mensen, met zijn heilige leven. Hij vertegenwoordigt de mensen bij God, met zijn offer en gebed.

We zijn een nieuw jaar begonnen. De kerk brokkelt af, christenen zijn een minderheid aan de kant. Die stoere christelijke samenleving van eens stelt niets meer voor. Nog slechts restanten herinneren aan de periode van het Christendom. De tijd van een christelijke cultuur en samenleving is voorgoed voorbij. Maar laten we stoppen met klaagzangen daarover. Laten we blij zijn met wat er wel is: dat we Gods kostbaarste bezit zijn! Zijn heilige volk, gekocht door Jezus Christus!

Hoor Petrus eens zingen van die kerk: U bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie! Een kerk in de minderheid is geen zielig hoopje mensen. Wij zijn Gods priesters: vertegenwoordigers van God in de wereld. Maar dan dus ook andersom: vertegenwoordigers van de mensen bij God!

Niet iedereen zal gaan geloven en naar de kerk gaan. Dat is ook nooit zo geweest, zelfs niet in die periode waarin de kerk de macht had. Iedereen hoorde bij de kerk, dat wel, maar of iedereen ook bewust christen was? Dat is altijd een minderheid geweest. Nu de grote massa kerk en geloof de rug toe keert, blijft er een harde kern over. De mensen komen niet massaal naar God, daarom doen wij als kerk wat de wereld niet doet. Wij loven en prijzen onze Heer en Koning. De meeste mensen geven God niet de eer die hem toekomt (Rom. 1,21!). Daarom doen wij dat, dat is onze taak.

Petrus zegt: Om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaarlijke licht! Dat is wat dat priestervolk mag doen: Gods trouw en liefde bezingen. En uitroepen in de wereld: ‘uitboodschappen’, zoals hier letterlijk staat.

Maar verwacht er geen wonderen van, al klinkt dat gek. Want zouden wij het beter doen dan Israël? Nee, alleen Jezus deed het beter. Daarom zegt Petrus: voeg je bij hem, de levende steen. Zo word je een huis van levende stenen. Dat is het geheim van de kerk, die band van liefde en geloof, met de hoeksteen Jezus. Zo, zo alleen, zal de kerk, zullen wij, zijn als hij. Mensen, een gemeenschap, die Gods daden prijzen en roemen. En die de liefde doen. En zo God in de wereld laten zien. En voor de wereld bidden bij God.

 

Amen.

 

Ex. 19, 5b-6 Ex. 19, 5b-6

 

 

 

 

Summary of the sermon (about Exodus 19, 5-6; other readings: Deuteronomy 26, 16-19; I Petre 2, 9-10)

 

Christians are wearing a crown. For we believe God is our King, who has chosen us out of the world. In Exodus chapter 19 God says to (the biblical) Israel (that we must not identify with Israel today!): you are my precious treasure.

The Hebrew word that is used here has connections with the sphere of royalties and their palaces. In his palace the king possess a special treasure, his personal richness to show to other royals when they visit the country and the king. A traditional king had power over the whole land, but his special and precious treasure was within the palace.

Precious also means beloved. So God says to the Israelites: you are my royal treasure and richness, and you are my beloved one.

We just started a new year. What will be my personal future, we are asking ourselves. We live in a post-Christian society. The Dutch are not a Christian people anymore. Most of the people in the Netherlands are atheists or ‘agnostics’ (people who dare not to say you can know anything by sure about God and the existence of God). But a lot of Christians are grieving about the loss of the position of the Church in Europe. We must stop doing so, for a lot of young people have very other problems: how can I believe in God, while other people live their lives very well without Him? And also they are good people, who care about their neighbours, and love and respect eachother as well.

But God says: you are my precious treasure! So you have the choice: to be His special one, or not. Chosing is complex for young people who grew up with Christian faith. But God invites us all to be His special ones!

 

God also says to the Israelites: you are a nation of priests! That is a wonderful affirmation, because in the book of Exodus is told about the special officials Moses has to appoint: the priests who have to serve in the tabernacle (the temporary temple in the desert). Now God says: you all are priests!

Priests have to represent God to man, and man to God. That is their special duty: in offering and praying they represent man to God, and in the blessing and forgiveness they represent God to the people.

But now God is saying his whole people are priests! That means, they all have to represent God! And the other way around: they all have to represent man (the whole world!) to God! Israel is God’s intermediary!

This is a theme through the whole Old Testament (the first part of the Bible): Israel as a witness to the nations. Israel a nation consecrated to God (Deuteronomy 26!). But they failed and the history of Israel is a history of disobedience and idolatry! So in the end they are led in the exile as God’s punishment for their godless way of life, and so ends the independent existence of the people of God. God called his people ‘my firstborn child’. Now he sents his real and only firstborn: Jesus Christ! He fulfilled all God’s commandments in a perfect way.

And nowadays we Christians are the new people of God in the world, God’s ‘firstborn’. The apostle Peter says: for “you are a chosen people, a royal priesthood, a holy nation, a people belonging to God”! So today the church has to represent Him in the world! And the other way around: represent the world to God!

The apostle Peter says: “To declare the praises of him who called you out of darkness into his wonderful light”! So the church must praise God, that is our mission in the world! To be a people of royal priests! Devoted to worship and witness, in words and deeds! To the glory of the Allmighty God!

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *