“Zou God werkelijk op aarde kunnen wonen?”

(overweging bij Jaarwisselingsgebed 2022 n.a.v. 1 Koningen 8,27 en Johannes 1,14)

Wat een overweldigend moment voor koning Salomo! Hij mocht een Godshuis bouwen! Zijn vader David kreeg die opdracht niet, wel beloofde God trouw aan zijn koningshuis, zijn zoon Salomo werd de tempelbouwer. En nu hij dit enorme project heeft mogen verwerkelijken, roept hij uit: hoe zou God kunnen wonen in dit huis door mensen gebouwd?!

Wat Salomo niet wist, weten wij nu. Ik moest denken aan één van de laatste foto’s die de ruimtesonde Voyager 1 naar de aarde zond. Het was een foto van onze planeet zelf. Daarop is de aarde te zien als een pale blue dot, zo genoemd door de Amerikaanse astronoom Carl Sagan. Je ziet op de foto een nauwelijks te onderscheiden bleek-blauw stipje in een zonnestraal, een stofje dat aan de rand van een immens zonnestelsel dwarrelt. Zou God werkelijk daar kunnen wonen?!

Dat daar, dat is hier. Waar wij zijn, waar we lachen en spelen, liefhebben en liefde zoeken. Waar rivieren bruisen en oceanen golven, vogels vliegen, insecten kruipen, mensen krioelen. Maar ook laat dit stipje in die oneindige ruimte iets heel anders zien. Diezelfde aarde is ook het podium van een onvoorstelbaar drama. Sagan schreef (in zijn boek Pale Blue Dot): “Denk aan de rivieren van bloed die door (…) generaals en keizers zijn vergoten, zodat ze in glorie en triomf de tijdelijke meesters konden worden van een fractie van (die) stip. Denk aan de eindeloze wreedheden die de bewoners van de ene hoek van deze pixel hebben ondergaan op de nauwelijks te onderscheiden bewoners van een andere hoek, hoe vaak ze misverstanden hebben, hoe graag ze elkaar willen doden, hoe vurig hun haat is.”

Op deze avond dringen die beelden zich aan me op. Onwillekeurig probeer je het jaar te overzien. Tegelijk voel je je nietig tegenover een onbekende toekomst. In dat licht krijgt Salomo’s verzuchting ook iets van “zou God hier wel wíllen wonen?!” Kan dat waar zijn, dat Hij zijn oog op dat stipje heeft laten vallen?! En op de ménsen, die zoveel terreur aanrichten, zoveel hoop de grond in boren? Is ook dat niet de verwondering van die koning op zijn knieën in dat gloednieuwe Godshuis? Zoals hij even eerder opmerkt: “U houdt u aan het verbond en blijft trouw aan uw dienaren die u met heel hun hart toegewijd zijn.” God is trouw: aan David hoewel bloed aan zijn handen kleefde, aan zijn volk dat onverbeterlijk afgoden bleef vereren, aan ons vandaag die niet meer of beter zijn. Wat een God is Hij, dat hij zich in liefde heen buigt over mensen, ze omarmt, ze trouw zweert!

En dat wonder waarvan Salomo vervuld was, dat werd op een goede dag nog vele malen groter. God kwam werkelijk bij ons wonen: in een kwetsbaar mensenkind. Zijn woord werd vlees, zijn spreken waar, zijn liefde werkelijkheid. De God van dat onmetelijke universum, Hij werd zelf kwetsbaar, om te wonen bij kwetsbare mensen. Gods grootheid bewijst zich in kleinheid! Wat kun je je weerloos voelen. Als je het voorbije jaar probeert te overzien, op weg naar een nieuw jaar. Als je bedenkt wat een wereld dit is, van bergstromen maar ook bloedrivieren, van zonnige vakantiestranden maar ook verwoestende overstromingen, van vreugde maar ook van rouw. Kan God hier werkelijk wonen, ja wíl Hij dat?

Ja, het wonder is geschied: Hij ís gekomen. Het Licht voor de wereld ís ontstoken. Hier, op diezelfde Aarde. Weer citeer ik Sagan: “Onze ingebeelde eigendunk, de waan dat we een bevoorrechte positie in het universum hebben, worden uitgedaagd door (dit eenzame) stipje in de grote omhullende kosmische duisternis. In onze duisternis, in al deze uitgestrektheid, is er geen enkele aanwijzing dat er hulp van elders zal komen om ons van onszelf te redden.” En hier moet ik hem tegenspreken. Die hulp is er gekomen! Wij zijn niet alleen! Wij wórden van onszelf gered! Johannes mocht het ontdekken: “In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen.” En: “Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.” Het stipje straalt, gevangen in een zonnestraal, het licht van God. “Het Woord is mens geworden en is bij ons komen wonen, vol van goedheid en waarheid!”

Goedheid en waarheid, dat is wat God van zichzelf laat zien in die Ene. Goedheid en waarheid in een wereld van kwaad en leugen. Wie in Hem gelooft mag dat licht weerspiegelen, en oplichten in het donker. Houd moed, dragers van dat licht! Was dit jaar bij tijden verwarrend en beangstigend? Is jou het liefste ontvallen, is wat je vreugde gaf je afgenomen? Vat toch moed en stap door die deur naar een nieuw jaar. Want sterker dan dat bleek blauwe stipje schijnt de ster van Betlehem! In zijn spoor licht toekomst op! God bij de mensen, werkelijk!

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *