Reactie op de uitgestoken hand van mijn Baptistenbroeder Yme Horjus

Zo’n kwetsbaar en moedig verhaal als dat van Yme Horjus in de bijlage Gulliver van vrijdag 28 januari 2016 kan niet onbeantwoord blijven! Ik voel me direct aangesproken, ook omdat ik veel Baptistencollega’s ken, als oprechte broers en mededienaars van het evangelie van Christus. Horjus eindigt met een raadseltje: “of er ook gereformeerde Nechustans bestaan (..). Ik weet er minstens één”, zegt hij. Mm, ik moet daar even heel goed over nadenken: welke van de vele…?

Laat ik het dus ook maar dicht bij mezelf houden. Mijn doopovertuiging is me net zo heilig als de zijne voor hem (daar ga je al). Toch wil ik maar eens beginnen met enkele van die gereformeerde heilige huisjes.

1. ‘Kinderdoop’ is niet de Bijbelse doop.

Gereformeerden spreken vaak te gemakkelijk, vanzelfsprekend bijna, van ‘kinderdoop’. Dat roept niet alleen misverstand op bij Baptisten, het is ook onbijbels. Er is maar één doop: de doop die Jezus instelde bij zijn terugkeer naar de hemel. Beide keren, als die opdracht en dat moment in de Bijbel verteld worden (Matteus 28:19 en Marcus 16:16), valt al op dat de volgorde is: eerst geloof, dan doop. “Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered”! Voilà het gelijk van de Baptisten! Die volgorde blijkt ook verderop in het Nieuwe Testament, in het boek Handelingen, de vaste regel. De oorspronkelijke doop is de doop van volwassen mensen die tot een geloofskeus voor Jezus Christus zijn gekomen.

2. ‘Kinderdoop’ is niet in de plaats van de besnijdenis gekomen.

Nog zo’n Nechustan: gereformeerden beweren stellig, dat de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen. Ook hierover struikelen Baptisten vierkant heen. En opnieuw: er is geen enkele Bijbeltekst te vinden die aangeeft dat die stelling klopt. Men wijst op Kolossenzen 2:11, maar die tekst laat ik liever buiten beschouwing, vanwege de problematische en dus niet onomstreden uitleg ervan. Je moet met meer komen om iets te zeggen over welke relatie er wel is tussen besnijdenis en doop. Meer hout snijdt de uitleg in de Nederlandse Geloofsbelijdenis (artikel 34): Jezus Christus is het einde van de wet (Romeinen 10:4), zijn offer aan het kruis maakte voorgoed “alle andere bloedstorting die men zou kunnen of willen doen tot verzoening en voldoening voor onze zonden” overbodig. De doop is een typisch nieuwtestamentisch teken, terugziend op Christus’ volbrachte werk.

En ook als we de besnijdenisstrijd van de tijd van de apostelen op ons laten inwerken (zie het debat over de besnijdenis achter de Brief aan de Galaten!), zie je dat de doop de besnijdenis niet simpel ‘verving’ alsof dat onmiddellijk een gedane zaak was. Nee, de christenen, in het begin voornamelijk Joden, gingen gewoon door met de besnijdenis. Geen haar op hun hoofd die eraan dacht je zoon niet te besnijden! Dat werd pas anders, toen Joodse christenen ook van niet-Joden gingen eisen dat zij hun kinderen eerst moesten laten besnijden. Dan steekt Paulus daar een stokje voor: zet de klok van Christus nu niet terug. Het eisen van besnijdenis betekent je opnieuw voegen onder het regime van het oude verbond, en is zo een ontkenning van Christus.

3. ‘Kinderdoop’ is een verkeerde term.

Hoe zit dan de relatie met de besnijdenis? En hier kom ik bij de kern van hoe gereformeerden de Bijbel lezen. Dopen is Gods werk. God is de handelende Persoon. God komt naar jou, mens, toe: verkiezend, genadig, vernieuwend. Ik was dood door mijn overtredingen, zelf kon en wilde ik geen stap richting God en zijn rijk zetten! Alleen Christus maakt mij levend (Efeziërs 2). Dopen laat onomwonden zien: het nieuwe leven komt niet uit mijzelf, maar is volledig genadegeschenk van een God die liefde voor mij heeft opgevat. Daarom moeten we niet spreken van ‘de doop’ (dat is kerktaal), maar van dopen en gedoopt worden, ondergedompeld, geïncorporeerd worden, iets ondergaan wat niet uit jezelf kwam maar over je komt.

God komt dus naar mij toe. Langs welke weg? God redt geen losse individuen, God verzamelt een kudde, vormt een volk, een koninkrijk. Niet mijn keus is het eerste, Gods kerk en rijk zijn er vóór mij. Zo trekt hij ons in de kring van zijn liefde, met een ruim armgebaar. Een royaal uitnodigingsbeleid! En dan zie ik dat terug in hoe dat met de besnijdenis ging. God sluit zijn verbond met Abraham. Als teken van de inlijving daarin geeft hij de besnijdenis. En niet alleen Isaak, maar álle mannen en jongens in de clan van de herdersvorst worden hierin betrokken. Waren de slaven en hun kinderen bewuste gelovigen? Dat wordt niet eens gevraagd! Ze worden zonder meer geïncorporeerd. En dat zien we nu bevestigd in de doopgebeurtenissen beschreven in Handelingen. Die z.g. ‘huisteksten’, zo tussen neus en lippen, zijn geen degelijk fundament voor ‘kinderdoop’, wel een terloopse bevestiging van hoe God altijd al werkte! Hij vormt een volk, roept geen losse individuen maar families, gezinnen! Niet ‘kinderdoop’, maar familiedoop! Voor mij is juist dat het tegendraadse van de Bijbel, zeker in onze tijd van individualisme. Wij willen vandaag niets meer aanvaarden dat ons is opgelegd, aan ons voorafgaat, of ons invoegt in een groter geheel. De Bijbel zegt gewoon: jouw eigen keus is letterlijk secundair. Je kiest je eigen vader en moeder, en je familie, ook niet zelf uit!

Dus de lijn is: God begint met volwassen mensen, bewuste gelovigen (Genesis 15:6). Hij legt en bevestigt zijn relatie met mensen die door geloof bij hem horen. Zo kreeg Abraham dan ook zijn ‘volwassenbesnijdenis’ (Romeinen 4:11!). Hoe verrassend, dat God dan de kindjes van die gelovigen niet eerst buiten de deur (ook niet op de achterste rij) laat wachten! Maar ze zelfs al vóór ze tot een bewuste geloofskeus kunnen komen welkom heet in de kring van zijn liefde en trouw! Voilà: familiedoop!

4. ‘Kinderdoop’ is geloofsdoop.

En het geloof dan? Nooit mag een kindje gedoopt worden omdat het ‘hoort’ of nu eenmaal traditie is. God sluit zijn verbond uitsluitend met gelovigen. Zijn volk moet een heilig volk zijn in Christus. Met minder doet hij het niet. Als er nog een Nechustan aan stukken moet, dan die van de volkskerk (waar het Baptisme een reactie op was).

Daarom vragen we als gereformeerden alle ouders die laten dopen, om dat niet te doen “uit gewoonte of bijgeloof”. En om duidelijk te getuigen dat ze bewust voor die doop kiezen, wordt hun gevraagd opnieuw hun geloof publiek te belijden. Je kunt je afvragen: is dat niet een wassen neus, letterlijk voor de Bühne? Hoe diep gaan doopvoorbereidingsgesprekken? Vinden die wel altijd plaats? Ik heb hier wel enige zorg over. Het is essentieel dat dat gesprek of onderwijs er is. Want gereformeerden moeten bij Baptisten niet de indruk wekken dat ze er maar op los dopen. Doop en geloof horen onlosmakelijk bij elkaar, gelijk hebben ze. Ook door de belofte die ouders afleggen om hun kind binnen te leiden in het rijk van Christus. En daar houdt de doopverantwoordelijkheid van de kerk niet op: we geven kinderen kerkelijk onderwijs, met het doel ze tot een eigen geloofskeus te brengen. En verder: wie die keus niet maakt, wordt aangesproken. Wel ruimte, maar geen vrijblijvendheid. Want doop en geloof horen bij elkaar!

Zo gezien is dopen van kinderen een voorschot. Belofte, zeggen gereformeerden graag. God geeft jou dat al, en wat een kracht gaat daar van uit! Jij mag daar nu al van genieten. Jij krijgt nu al zoveel liefde, onvoorwaardelijk en eeuwig, dat je je wel tienduizend keer moet bedenken als je dat weggooit! Want zonder geloof vaart niemand wel.

5. Twee dopen op één kussen?

In de manier waarop ik hierboven de gereformeerde doopvisie probeer uit te lijnen, wil ik die uitgestoken hand van Horjus aanpakken. Want in zijn én mijn verhaal klinkt de ene belijdenis door: in Jezus zijn wij verbonden, Christus alleen is onze redding en redder. Dopen is ondergaan in hem. Gods kerk is dus de gemeenschap van allen die in Christus zijn. De verregaande versplintering van kerk doet daar niets aan af. Het gaat niet om onze instituten, maar om wat Christus bedoelde en wil.

Daarom kan niet een gedeelde doopvisie en -praktijk de ware grond voor eenheid zijn maar is alleen Christus dat. Hier wringt het voor mij: ik ben zo diep overtuigd van het diepere inzicht dat gereformeerden hebben in de Schrift! Als ik dat zeg, is daar niets arrogants aan, die overtuiging is me heilig. De kerk van Christus moet dat dan ook voluit prediken en onderwijzen. Maar kunnen we niet een beetje meer Baptisme gebruiken? En zouden we niet in staat moeten zijn om in Christus elkaar de ruimte te geven?

Nee, overdopen dat gaat echt niet. Dopen is ondergaan in Christus, en zo ingelijfd worden bij zijn lichaam de kerk. Hoe zou je dat ooit met droge ogen twee keer in je leven kunnen (laten) doen? Wat ik me wel kan voorstellen is dat sommigen in een bepaalde fase een soort vernieuwingsritueel zoeken, na hernieuwde ontdekking van Gods genade en de vernieuwing door de heilige Geest. Een moment waarop jouw eigen keus en reactie op Gods aanbod van genade meer gevierd kan worden.

Samen gaan met Baptisten, het lijkt me heerlijk. Wat een creatieve kerk zouden we dan krijgen. En als je niet alleen zegt maar ook echt beleeft en deelt, dat Christus ons verbindt, dan is er veel wat we dragen kunnen. Sterker nog, veel waarmee we elkaar kunnen verrijken. Landelijk overleg gaat hem niet worden, zegt Horjus. Nou, plaatselijk ontmoet ik overal waar ik woonde en werkte telkens weer lieve broers en zussen in de Heer. Laten we daar dan maar beginnen: samen bidden, samen zoeken, naar het plan van onze Heer!

 

Hieronder het artikel van Yme Horjus, ND vrijdag 29 januari 2016 en mijn reactie daarop in het ND van 4 februari 2016:

Essay_ Baptisten moeten noodzakelijke heiligschennis plegen (net als gereformeerden)

Graag een scheutje meer baptisme

 

 

 

 

Dit vind je misschien ook leuk...

8 reacties

  1. Harry Kaspers schreef:

    Erg teleurgesteld ben ik dat onze dominee zegt Gereformeerd te willen denken/zijn zo’n weblog schrijft over de “kinderdoop” . Niet zoiets de wereld insturen lijkt mij veel verstandiger.

  2. Edwin Lubbers schreef:

    Beste broeder Kaspers,

    Je wilt blijkbaar een punt maken, maar het blijft een, zeer waarschijnlijk goed bedoelde, losse flodder!
    Noem man en paard! Benoem helder je moeite en dien je broeders en zusters. Dan kunnen ze jouw ook helpen.

    Beste ds. van de Geest,

    Ik kan van harte je reactie onderschrijven op het artikel van onze broeder Yme Horjus, maar je laat ook iets onvoldoende uitgelegd liggen in punt 2 en 3 van je betoog. Misschien zou je iets duidelijker kunnen zijn, het brengt verwarring en dat is ongetwijfeld niet je bedoeling.
    De doop in de plaats van de besnijdenis?! Ons doopformulier getuigt hiervan en belijd sinds jaar en dag op deze manier. Wat gaat er fout in ons doopfomulier?

  3. Erik Drost schreef:

    Fijn om weer eens te horen waarom wij kinderen dopen! En inderdaad blijkt uit de bovenstaande reacties al dat wij onze belijdenissen en formulieren soms ook als nechustans beschouwen. Maar de bijbel heeft altijd het laatste woord en dat proef ik door je hele betoog heen!

  4. Marja Meints schreef:

    Beste Klaas,

    Heb je stuk gelezen en daar ben ik blij om.
    Ga het nog een paar keer lezen en er over nadenken,
    Het houdt me bezig.
    Bedankt voor het delen

  5. Bertus de Jong schreef:

    Geachte ds K.v.d.G Heb het bovenstaande art. met veel genoegen gelezen. Was al een tijd van plan een verzoek aan onze kerkenraad te schrijven om o.a. in de predikatie meer aandacht te schenken aan “kinderdoop vs volwassendoop” Wij zien o.a. in de kerken van Almelo,Enschede en Hengelo om deze reden kerkleden zich (soms) gaan aansluiten bij de Babtisten Kerken. Bedankt !

  6. Lilian Timmer schreef:

    Toch, wanneer je praat over overdopen dan is dat woord enkel te gebruiken als je het ziet vanuit de visie dat de kinderdoop/ familiedoop de enige juiste doop is.
    Ik heb een echt bekeringsmoment in mijn leven gekend, ondanks dat ik altijd heb geloofd (verstandelijk). En bij dat bekeringsmoment kwam een intens verlangen om mij te laten dopen. Heb mij hier verschrikkelijk tegen verzet (omdat ik niet voor in de kerk durfde te staan) maar toen ik de zoektocht ben aangegaan, eigenlijk om te bewijzen dat de kinderdoop de juiste doop was, zag ik ineens heel andere dingen in de bijbel staan… Ik weet nog hoe moeilijk dat was.. Er was mij altijd anders geleerd (en ik geloof ook echt vanuit de beste overtuiging) Ik had mijn eigen kinderen laten dopen in de overtuiging dat het zo in de bijbel stond, maar nu ging ik zonder doopformulier zoeken en ineens zag ik heel wat anders. En toen met doopformulier zoeken en heb ik zulke grote vraagtekens gekregen…

    Voor mij is het dus ook niet overdopen maar dopen geweest.
    Ik heb ook nooit het gevoel van overdopen gehad. 3,5 jaar terug ben ik gedoopt.
    Ik ben begraven en opgestaan in een nieuw leven. Ik heb mij bekleed met Christus.
    Vanuit het stukje familiedoop/ geloofsdoop heb ik dat dus met droge ogen kunnen doen.

    1 ding ben ik zeker van: God ziet het hart aan. Hij veranderd ons denken daar waar nodig en daar waar wij er voor open staan. Hij spreekt tot ons en geeft ons verlangens. Hij ziet met welke overtuiging wij dingen doen. Hij kent ons diep van binnen. Hij kent het hart van mijn ouders toen ze mij hebben laten dopen en ik weet, dat was ook vanuit een diep verlangen. Daarnaast kent Hij mijn verlangen toen ik mij heb laten dopen.

    Het zijn mooie onderwerpen om over te praten. Tegelijkertijd, zo geloof ik, moet er ook openheid blijven naar elkaar om elkaars keuze te accepteren. Ik kan gerust bij de doop van mijn baby nichtje zitten, mijn familie kon ook bij mijn doop zitten. Want wij hebben 1 Heer. Wij dienen dezelfde God.

    Wat ik erg mooi vond was wat je zei over de creatieve kerk bij samengaan. Ik ben vrijgemaakt geweest, protestants geworden bij mijn huwelijk en zit nu in een kerk die niet ergens onder valt maar je zou het kunnen omschrijven als evangelisch charismatisch. Alle 3 de kerken hebben hun sterke en minder sterke kanten. In alle kerken beweegt de Geest van God. Als die krachten gebundeld zouden kunnen worden wauw! We zouden heel veel van elkaar kunnen leren!

  7. Yme D. schreef:

    De enkele woordvolgorde als bewijs overtuigd niet. Als ik zeg: “Jan en Piet lopen achterelkaar op straat”, dan impliceert dat toch ook niet dat Jan voorop loopt?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *