God komt! Als rechter, als redder – Preek over Psalm 50 – bij de jaarwisseling (2016)

Dit was het jaar van de angst. Angst en onbehagen werden in 2016 een thema. Socioloog Wim Dekker ziet het in de verkiezing van Trump en de populariteit van Wilders (ND). Waarom stemmen zoveel mensen op hen? Uit onderzoek van het SCP blijkt, dat de kwaliteit van leven in Nederland hoog is. En er is veel vertrouwen in de overheid, we leven hier niet in een bananenrepubliek. En toch is er een gevoelen van onbehagen. Dekker stelt, dat dit te maken heeft met een diepere laag: gebrek aan saamhorigheid. Jan Terlouw raakte dat, bij DWDD. Veel mensen voelen zich verloren, eenzaam en teleurgesteld. Ook op privéniveau: veertig procent van de huwelijken loopt uit op een scheiding. Zo blijven mensen achter, als verwonde individuen. Ze verlangden naar verbondenheid, maar vonden slechts leegte. Wat is dan je perspectief, je uitzicht?

We lezen vanavond Psalm 50. Over God die komt: als rechter, als redder.

God spreekt recht op zijn heilige berg Sion

  1. Als rechter; 2. als redder.

1.

Psalm 50 is één van de 12 Asafliederen. Dat betekent dat ze gezongen zijn in de tempel. Over Israëls eredienst is, behalve de offers, weinig bekend. Psalm 50 lijkt gebruikt te zijn als priesterlijk onderwijs. Enkele verzen verwijzen naar de Tien Geboden. Volgens sommigen werden die in de tempeleredienst voorgelezen. En het begin van de psalm herinnert duidelijk aan de verbondssluiting op de Sinaï. God verschijnt op de tempelberg Sion, zoals eens op de Sinaï. In verblindend licht, in vuur en met storm, hevig natuurgeweld. Blijkbaar hadden de Israëlieten zo’n toekomstverwachting. Ooit komt God weer, op deze berg. Om te oordelen, over levenden en doden; en schapen en bokken te scheiden. Dat toekomstige oordeel wordt voorgesteld als iets wat in het heden gebeurt.

Wie moeten hier voor de Goddelijke rechtbank verschijnen? Twee groepen mensen worden genoemd: mijn getrouwen (5), en wie kwaad doet (16). ‘Getrouwen’: het gebruikte woord gaat over mensen die goed leven. Het geeft een vertrouwensrelatie aan: mensen die op God vertrouwen.

Maar waarom worden ook de goede mensen voor de Goddelijke rechter gedaagd? Dat is, omdat uiterlijk, voor het oog, alle Israëlieten het zelfde doen. Allen brengen de voorgeschreven offers, stipt volgens Gods geboden. Daar ligt het niet aan, het is alleen: hóe breng je die offers? Doe je dat om God tevreden te stellen?

Uitvoerig laat de dichter God zeggen, hoe belachelijk dat idee is. Er klinkt sarcasme in door als God zegt: heb ik soms honger? Jullie denken toch niet dat ik stieren en bokken eet? Wat wil je God geven, als hij zelf alles geschapen heeft?!

Dat was nu was precies de grote valkuil. De Israëlieten leefden in een wereld vol heidense goden. Wij beseffen vaak niet wat een verleiding dat is geweest. Maar vergelijk het maar gerust met onze moderne afgoden, en je snapt het helemaal. En bij al die goden draaide het daar om: hoe hou je ze te vriend? Dat is geen geloof, maar angst: zorgen dat de goden niet ontstemd raken. Goden zijn gevaarlijk, onberekenbaar. Daarom moet je ze overladen met cadeautjes en offers. Het z.g. ‘do ut des’ principe (‘ik geef opdat jij geeft’): voor wat hoort wat.

Maar de HEER, de enige ware God, die laat zijn liefde niet afkopen met offers. Daarom vind je de kern van Gods waarschuwing in de verzen 14 en 15: Breng God een dankoffer en doe wat je de Allerhoogste belooft. God kijkt naar je innerlijk, je hart: komen die offers voort uit oprechte dank? En naar je doen en laten: hoe je leeft. En naar hoe je bidt: Roep mij te hulp in tijden van nood, ik zal je redden, (zo) zul je mij eren. God is niet pas tevreden als je de tempel bezoekt en je offers keurig brengt. Hij is God, daarom eer je hem alleen als je hem dankt, met een oprecht hart.

Maar hoe doe je dat, echt dankbaar zijn, als je soms opgaat in de drukte van het bestaan? Daarvoor moet je eerst kijken naar die anderen, die mensen die kwaad doen. Let wel, dat zijn dus ook mensen die de tempel platlopen. Ze hebben mooie praatjes, vrome woorden. Maar zodra ze de tempel uit zijn, pakken ze wat ze pakken kunnen: geld, drank, vrouwen. Ze hebben net keurig hun offerverplichtingen vervuld. Zodra ze thuis zijn, zetten ze de knop om en gaan ze verder met oneerlijk zaken doen.

Je voelt Gods verbolgenheid als hij zegt: je denkt toch niet dat ik ben als jij? Dat is hun zonde: het beeld dat ze van God hebben. Omdat ze zelf liegen, denken ze dat je God ook kunt bedriegen. Maar God kijkt dwars door je heen. Gods oordeel ontloop je niet: (dan) is er niemand die je nog redt (22)!

Zo schift God zijn volk: de goeden en de slechten staan beiden voor zijn troon. De oprechten worden gewaarschuwd, de onoprechten veroordeeld. Deze psalm is verwant met het begin van Jesaja: Wat moet ik met al jullie offers? Ik heb genoeg van al die schapen, die vetgemeste kalveren; het bloed van stieren, rammen en bokken, ik wil ze niet meer! (…) Wie heeft je gevraagd mijn voorhoven plat te lopen? (…) Ik heb een afschuw van jullie wierook; jullie feesten, nieuwemaan en sabbat, ik duld ze niet naast al dat wangedrag. (…) Aan jullie handen kleeft bloed (Jesaja 1, 11-15). Tempelbezoek dat samengaat met een slecht leven, dat wekt Gods woede en afschuw. God liefhebben betekent ook je naaste liefhebben. Als je je naaste kwetst, eer je ook God niet. Je offers worden dan hypocriete leugens, je z.g. dankbaarheid schone schijn. Je kunt God niet misleiden: wie Gods tempel of kerk bezoekt, betreedt heilige grond. Niet vanwege het gebouw, maar omdat je de heilige God ontmoet.

2.

Wat is er nodig in een wereld waarin mensen zich verloren voelen? Niet een kerk die aan de weg timmert met opzichtige acties en campagnes. Maar mensen die God eren uit dank en met een leven uit liefde: de ware offers. Dat zijn geen tempeloffers, maar het offer van je leven. Hoe ziet dat er dan concreet uit, willen we vaak weten. Nou, het zit ‘m niet in een paar regels en uiterlijke gedragingen. Het gaat dieper. Het is aan hem toegewijd leven. Dat heeft onherroepelijk effect op die uiterlijke kant: je wilt eerlijk zijn in je zaken doen; respectvol in je omgang. Het is leven als Jezus: oprecht, zonder eigen agenda, transparant en dienstbaar aan de ander. Zo’n leven prijst deze psalm aan.

Ook wij verwachten, dat God komt: om te oordelen de levenden en de doden. Op zichzelf is dat niet iets om naar uit te zien. God wordt beschreven als de verschrikkelijke God van de Sinaï. Komend met bliksemschichten en donderslagen, aardbevingen en orkanen. Dreigend klinkt het, als God zegt: Luister, mijn volk, ik ga spreken, Israël, ik ga tegen je getuigen, ik, God, je eigen God! Daarin klinkt de aanhef door van de Tien Verbondswoorden: Ik ben de HEER, jullie God! Donderend klaterden die woorden van de rotsen af, en het volk beefde. Of je nu wel of niet gelooft, berg je maar als hij komt!

Deze wereld lijkt te schreeuwen om een rechter, die tegelijk redder is. De wereld wordt killer en harder. Beledigen lijkt de stijl te worden, waarmee je mensen met een andere mening bejegent. Ik zag een stukje van een toespraak van de Brexit-held Nigel Farage. Stuitend hoe hij de voorzitter van de Europese Raad Herman van Rompuy beledigde. Democratie is gebaseerd op respect, juist voor andere standpunten dan die van jou. Deze respectloze manier van doen ondermijnt op den duur de democratie. Er komt een tijd aan waarin het enkel nog gaat om de macht. Wie het niet eens is met degenen die de macht hebben, wordt veracht. Eén stap verder, en je wordt monddood gemaakt. Dat is geen angstscenario, dat is nu werkelijkheid aan het worden.

Wat kan in zo’n wereld redding brengen? In het boek “Vreemdelingen en priesters” geeft Stefan Paas een voorzet. Daarin beschrijft hij een kerk die God vereert, en bidt voor de wereld. Een kerk van mensen die omhoog kijken, naar de hemel, het nieuwe Sion. Daar vandaan verwachten wij redding: onze Heer, die komt in wolken en met majesteit.

Maar zal de Zoon van de Mens geloof vinden op aarde, als hij komt?  De kerk brokkelt af, het geloof ook? Of zijn we bezig steeds meer te ontdekken waar het echt om gaat? Je kunt niet meer volstaan met een ‘kerkgeloof’ (alsof de kerk God is). We worden gedwongen terug te keren naar het hart van alles.

En dat is wat deze psalm ons aanreikt: wie een offer van dank brengt, geeft God de eer. Dan ontmoet je God van hart tot hart. Wie zo zijn weg gaat, zal zien dat God redt, zo sluit de psalm af. Het gaat dus niet om grootse woorden voor de wereld, of de mensen om je heen. Maar gewoon om rustig en eenvoudig geloven, eerbiedig je God prijzen. Zo vinden we vanavond het licht dat we zoeken, het evangelie. God komt als rechter, dat dwingt ons tot oprechtheid. God komt als redder, dat doet ons uitzien naar zijn komst.

Want hij komt met glans en glorie. Als de Christus die zijn leven voor ons gaf. Die Gods oordeel zelf voor ons droeg. Die er wel uit weg kwam, als de overwinnaar, de Redder. Die jou redt, van dat oordeel.

Amen.

psalm-50 psalm-50

 

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *