Verlangen naar God – Preek over Psalm 63

Ben jij wel eens wat kwijt? Ik had het pas met een boek dat ik nodig had. Ik weet zeker dat ik het heb! Het staat altijd op die en die plek, nu niet! Heb ik het soms uitgeleend? Maar aan wie, ik zou het niet meer weten! Allemaal zoeken we wel eens wat: sleutels, je telefoon.

Maar zoeken doe je niet alleen als je iets kwijt bent. Je kunt ook zoeken naar informatie, zoals op internet (“ff googelen”). En zoeken kan nog dieper gaan: bijv. als je op zoek bent naar antwoorden op levensvragen. Wie ben ik, waar leef ik voor, wat is de zin van het leven?

Ook vanmorgen gaat het over zoeken: God, u bent mijn God, u zoek ik… De dichter van deze psalm ‘zoekt’ God. Wat voor zoeker is hij? Iemand die nog nooit van God gehoord heeft en hem wil leren kennen? Of was God er eerst wel, maar is deze zoeker hem kwijt? En: als je God zoekt, waar kun je hem dan vinden? In de kerk? Is dit de plek voor zoekers? Of juist niet, is de kerk meer voor mensen die God al gevonden hebben?

(kort gesprekje hierover)

 

Verlangen naar God:

  1. In de woestijn; 2. In Gods huis; 3. In de nacht.

 

1.

Sterke woorden, die David gebruikt. Zijn ziel smacht: zoals wanneer je verliefd bent en je intens kunt verlangen naar je geliefde. Zijn lichaam hunkert: zoals wanneer je gesport hebt, en je lijf schreeuwt om een slok water. Kun jij je voorstellen dat je zo intens naar God zou verlangen?

Dit lied van David heeft te maken met een bepaalde periode in zijn leven. Toen hij in de woestijn van Juda was, staat er boven. Driekwart van het land Israël is woestijn: kale bruingele bergen. De woestijn van Juda, dat is de bergrug ten zuiden van Jeruzalem. Droog en heet is het daar overdag, en buiten de regentijd dor en dood. Je kunt er niet overleven, behalve met een flinke voorraad water bij je. Normaal gesproken geen plek om er lang te blijven.

Daar doolt David rond, waarschijnlijk in de tijd dat koning Saul hem achterna zit. En zoals de woestijn is, droog en heet, zo voelt David zich: verhit en dorstig. En vooral: opgejaagd, nergens vindt hij rust. Dat doet hem verlangen naar God.

Verlangen naar God, wat is dat? Ken je dat: zo’n sterk gevoel, zo’n zucht naar Gods aanwezigheid? Onze levens zijn heel verschillend. Als ik jongeren spreek op catechisatie, dan zeggen ze vaak: ik weet het allemaal niet… Hoe kan ik geloven, hoe kan ik iets van God merken? Ik zou dat misschien wel willen, maar hoe? En toch, is dat ook niet een soort verlangen naar God? Je hebt het meegekregen, thuis, op school, in de kerk. Hoop je dan niet ergens, dat je God ook echt gaat leren kennen? Soms zijn er mensen aan wie je het zo echt kunt merken dat ze God kennen. Zo’n soort blijdschap of zekerheid, dat zou je ook willen…

Maar er zijn ook heel andere ervaringen, bijvoorbeeld als je depressief bent. Zoeken naar God is dan meer een gemis wat je ervaart. Ooit was je blij, nu is alles donker, je voelt je alleen. En God, hij lijkt zo ver weg, zo onwerkelijk, onbereikbaar. Je probeert wel te bidden, maar het is net of je in de leegte praat.

En weer anderen zijn juist totaal niet met hun innerlijk bezig. Je bent alleen maar druk, met je gezin en werk, of met spanningen in je relatie misschien. Dan heb je behoefte aan rust, tijd om al die prikkels en stress kwijt te raken. Je hoopt, dat je dan misschien meer van God kunt merken, zijn stem kunt horen in je hart.

Al dit soort ervaringen zou je ‘woestijn’ kunnen noemen. Tijden van droogte; gevoelens van eenzaamheid, verlatenheid; twijfel. Je hart is leeg, alsof er een gat zit. Als pijn die je voelt in je lichaam. Verlangen naar God, dat is: verlangen naar rust, vrede, vreugde. Wat kun je daar inderdaad intens naar verlangen! God dichtbij, veilig, je geborgen voelen. Verlangen naar God, vanuit de leegte, als in een woestijn.

 

2.

Hoe kan dat verlangen vervuld worden? David kijkt terug naar toen hij God heel dichtbij wist: in het heiligdom. Blijkens teksten in Jozua en 1 Samuel stond er een heiligdom in de plaats Silo. Het was niet meer dan een tent, misschien de vroegere tabernakel, of een deel daarvan. Daar werden ook offers gebracht, zoals we bijvoorbeeld lezen in 1 Samuel. Dat is dus in de periode van de rechters en de eerste koningen in Israël. Ook tijdens zijn vlucht voor koning Saul kwam David in dat heiligdom.

En nu zegt hij: in het heiligdom heb ik u gezien! Niemand heeft ooit God gezien, staat in de Bijbel. Ja, misschien Mozes op de berg Sinaï. Maar ook bij Mozes komen we niet te weten wat hij ‘zag’. God roept dan zijn naam: wie en hoe hij is. De HEER, God van vergeving en trouw; God van toorn en straf over het kwaad. Dus wat is het wat David ‘zag’ in dat heiligdom, waar hij nu aan terugdenkt, in de woestijn?

Hij zag, zegt hij: uw macht en majesteit! Voor majesteit wordt een woord gebruikt, dat wel vertaald wordt met ‘heerlijkheid’. Letterlijk betekent dat ‘gewicht’. David heeft dus de ‘gewichtigheid’ van God gezien: wat is dat?

In de Bijbel wordt dat woord vaak gebruikt als God verschijnt met hemelse glorie. Verblindend licht, wolken en donderslagen. Zoals God zich aan de Israëlieten liet zien, op de Sinaï. Heeft David dat gezien: die Goddelijke verschijning? Nee, daar horen we niets over. Waarschijnlijk bedoelt hij iets anders: in één adem spreekt hij over Gods liefde. Daar, in die tempeltent, is de plek waar God zelf woont. Daar staat de ark van het verbond, de troon van God op aarde. Daar zien de mensen Gods liefde, zijn vergeving, zijn genade. Dat hij woont bij zondige mensen, in hun midden, met zijn bescherming en zegen.

Er zijn mensen die zeggen: ik geloof, maar zonder kerk. Ik wil niet die tempeltent gelijk stellen aan de kerkdienst vandaag. Maar er is wel een lijn tussen beide: van God die bij zijn volk woont. Hij woont niet in een kerkgebouw, hij woont in zijn gemeente, huis van levende stenen.

Kun je geloven zonder naar de kerk te gaan? Natuurlijk, zou ik zeggen: je kunt diensten volgen via internet. Of iets anders zoeken om je geloof te voeden, een lied, een boek, netwerken van gelovigen. In onze individuele tijd willen we niet meer vastzitten aan één plek. Niet afhankelijk zijn van één manier om je geestelijke voedsel te verzamelen.

Maar klopt dat wel: kom je wel in de kerk voor je geestelijke voedsel? Nee, in de kerk kom je om God te eren, of zoals David zegt: zijn macht en majesteit te aanschouwen. En waarom mist hij dat? Omdat hij zich alleen voelt, verlaten, ver ook van God.

God is overal, ook in de woestijn. Toch, God ervaren, iets van hem ‘zien’, dat kan het beste samen met Gods volk. In verbondenheid met elkaar, in de gemeenschap waar God zelf woont. Zo wordt dat verlangen naar Gods nabijheid vervuld: in zijn huis. Dan wordt je ziel verzadigd, zegt David, dat wil zeggen: Gods overvloedige liefde omringt je.

Vervuld verlangen, dat is meer dan het geluk van een liefdesrelatie of een fijn gezin. Onvervuld verlangen is nog geen onvervuld leven, zei Bonhoeffer. En hij zei dat nota bene, toen hij zelf gevangen zat! Een vervuld leven, dat is Jezus kennen, in hem Gods liefde zien, híj is Gods ‘heerlijkheid’!

 

3.

Dan wordt het nacht. Wat kunnen nachten kwellingen zijn! Sommigen kunnen heerlijk slapen, zich van niets bewust. Maar hoeveel mensen liggen niet elke nacht te woelen en te draaien. Je gedachten die maar niet tot stilstand komen. De slaap niet kunnen vatten, als je ouder wordt. Het went nooit, wat duurt een nacht dan lang!

David kent het ook, staren in het donker. Maar hij heeft een therapie bedacht. Geen slaaptraining of schaapjes tellen, wel een manier om rust te vinden: Liggend op mijn bed denk ik aan u, wakend in de nacht prevel ik uw naam. Niet dat hij een soort mantra opzegt: God, HEER, Almachtige… Nee, hij bidt!

En: hij haalt herinneringen op: U bent altijd mijn hulp geweest, ik juichte in de schaduw van uw vleugels. Prachtig beeld: God als een machtige adelaar, vogel met die enorme spanwijdte. Vleugels die je overschaduwen, niet dreigend maar beschermend, veilig. Daar denkt David aan, en hij herinnert zich hoe hij juichte van blijdschap.

En dan komt die rust: ik ben aan u gehecht, met heel mijn ziel, uw rechterhand houdt mij vast. Ook als je op zoek bent, al twijfelend, kun je dat soms toch hebben. Dat je diep in je hart weet: ik ben veilig, God kijkt naar me, ik ben toch niet alleen. En weet je hoe je dat zeker kunt weten? Door Gods Zoon, Jezus Christus. Ooit was ook hij in de woestijn. ‘Woestijn’ is in de Bijbel ook: alleen, oord van de dood. De duivel viel Jezus daar aan, maar hij weerstond hem. En dan staat er iets prachtigs: engelen dienden hem! De woestijn wordt dan ook een plek waar niet jij God zoekt, maar God jou opzoekt. Zoals Israël water en manna kreeg, en samen met God was. Zoals Jezus kracht van Gods Geest kreeg in de woestijn. Zo krijgen ook jij, u en ik verfrissing en zegen, juist daar waar je dacht alleen te zijn. Verzadigd met de overvloed van Gods liefde. Zodat je zingt: Uw liefde in Christus is meer dan het leven!

 

Amen.

 

Psalm 63 Psalm 63Psalm 63 (handout bij de preek)

 

 

 

 

 

 

 

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *