De toekomst van de kerk – Serie preken over Johannes 17 – Preek 3: Johannes 17, 20-26

Onlangs liet ik catechisanten nadenken over de vraag: hoeveel kerken ken je in Alphen? Ze konden er enkele bedenken, maar het bleken er véél meer te zijn dan ze dachten (ruim twintig). En dan bedoel ik kerken die hun eigen bestaan niet ter discussie stellen. Die niet samen komen maar op zichzelf willen blijven staan. Ook binnen één kerkgenootschap. Bijv. in de PKN zijn er richtingen die niet samen gaan. Ze horen wel in naam bij één kerk, maar blijven in de praktijk gescheiden. De jongeren reageerden hierop met totaal onbegrip, ze waren geschokt. Dus moet je dat goed uitleggen, wordt dan gezegd. Zou dat zo zijn: gewoon de geschiedenis goed uitleggen, en dan snappen ze het? Inderdaad snappen ze het dan beter. Alleen: zijn ze overtuigd? Goede argumenten en achtergronden uitleggen is wat anders dan overtuigen, laat staan inspireren!

Wat is het grootste probleem van de kerk? Waarover maak je je zorgen? Is dat die verdeeldheid? Er zijn natuurlijk allerlei zorgen en problemen. Maar zouden die niet allemaal terug te voeren zijn op één bron? Daarom stel ik vanmorgen de vraag: wat zou Jezus’ grootste zorg zijn voor de kerk?

Ik denk, dat je zijn zorg goed kunt aflezen uit dit gebed, hier in Johannes 17. Ik zei al eerder: je kunt dit gebed in twee woorden samenvatten: bewaar hen (11 & 15). Jezus bidt om de bewaring van zijn kerk, op vier manieren: in waarheid, heiligheid, zending en eenheid. Hier liggen zijn zorgen. Vanmorgen dus dat laatste: de eenheid van de kerk. En ook dan zal het blijken te gaan om ons geloof: hoe diep zijn we verbonden met hém?

 

Jezus’ vierde gebed voor de toekomst van zijn kerk: Heer, maak hen één!

Met de apostelen (1); met de Vader en de Zoon (2).

1.

Jongeren reageren dus geschokt op die verdeeldheid. Hoe komt dat? Omdat hun zorgen veel dieper gaan. Hun strijd is: hoe kan ik geloven, in deze tijd? Want de kerk is niet alleen diep verdeeld, de kerken krimpen ook. De kerk vergrijst, en ‘ontgroent’. Op zich is dat niets anders dan de trend van de samenleving: ouderen worden ouder, gezinnen zijn kleiner. Maar in de kerk is er iets wat dit extra versterkt: dat zoveel jongeren de kerk verlaten. Jaarlijks verliezen alleen al de GKv ruim 2000 leden. Ongeveer de helft daarvan gaat naar een andere kerk. De andere helft sluit zich helemaal niet meer bij een kerk aan.

Is dat niet alarmerend? Wat is het grootste probleem van de kerk? De strijd tussen geloof en ongeloof! Je kunt allerlei zorgen hebben over de huidige kerk. Maar wat zijn de zorgen van al die jongeren? Voor zo ver ik dat kan zien, houdt het hun niet bezig dat de kerk verandert. Ook discussies over m/v-in-de-kerk raken hen nauwelijks. Zelfs onze contacten met de NGK brengen hen niet in beweging. Nee, bij veel waar we als kerk druk mee zijn, zijn zij de grote afwezigen. Geloof of ongeloof, geloven in deze tijd, dat is hun grote gevecht: to be or not to be! Zou dit gebed van Jezus ons hier verder in kunnen helpen?

Laat hen allen één zijn (21); opdat zij één zijn (22); dan zullen zij volkomen één zijn (23). Is dit een gebed van Jezus om ‘kerkelijke eenheid’? Zo is het vaak uitgelegd. Maar: op het moment waarop Jezus dit bidt, is er nog niet eens een kerk! Er is alleen nog maar een groep leerlingen, en een kleine kring van apostelen. Het gaat hier niet maar om wat wij vandaag noemen ‘kerkelijke eenheid’.

Daarvoor moet je even wat beter kijken naar vers 20 en 21. In de huidige vertaling zijn dat twee zinnen (Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven. Laat hen allen één zijn, Vader). Maar dat laatste zinnetje zit eigenlijk aan die eerste zin vast: Ik bid… voor allen die door hun verkondiging in mij geloven, opdat zij allen één zijn.

Jezus bad eerst voor het kleine groepje apostelen dat bij hem was. En nu bidt hij voor allen die door de apostelen in hem zullen geloven. En voor beide, de verkondigers én hen die door hen zullen geloven, bidt hij: Laat hén allen één zijn. Laat de gelovigen één zijn: nl. met de apostelen! Dat is Jezus’ eerste zorg. Dat er eenheid zal zijn tussen de apostelen en de kerk die uit hun verkondiging zal ontstaan. Anders gezegd: dat het geloof van de kerk niet zal veranderen. Dat dat herkenbaar hetzelfde zal blijven. Dat de kerk van iedere generatie duidelijk ‘apostolisch’ zal zijn. Omdat die kerk vasthoudt aan het eerste onderwijs van de apostelen. Christelijke eenheid begint met eenheid met de apostelen. Doordat de kerk hun onderwijs zal bewaren, zoals dat in het Nieuwe Testament aan ons is overgeleverd. De eenheid van de kerk is dus de voortzetting van de leer van de apostelen.

Als we met die bril op eens rondkijken, wat zien we dan vandaag? Inderdaad, we zien ontelbaar veel kerken, versplintering van de eenheid. Maar in die kerken en tussen veel christenen is er heel veel (en zelfs groeiende!) overeenstemming. Het is altijd weer opvallend hoe christenen elkaar wereldwijd herkennen in de essentie van het geloof! Dat ze elkaar herkennen als één en dezelfde familie.

Waar zit dat dan in? Dat zij in mij geloven, zegt Jezus. En dat zichtbaar wordt, dat Jezus Gods messias is, de door God gezonden redder (22/23). Dat is de kern, het fundament waarin de meerderheid van de christenen zich herkent. Ook plaatselijk herken je elkaar feilloos als leden van Gods huis (voorbeeld: hier noem ik een bijzondere ervaring die ik had tijdens de Week van Gebed 2017).

Lange tijd zijn we daar blind voor geweest, zeker als GKv. Alles buiten de gereformeerde kerken viel bij voorbaat af. Met zo’n zwart-wit-indeling van het complexe kerkelijke erf kom je er niet meer. Je moet nu veel meer ‘finetunen’ om afwijking van de leer van de apostelen te herkennen. En vooral: open staan voor het werk van Gods Geest!

Gereformeerd geloven wilde trouwens ook nooit een aparte groep of richting vormen. Het was juist de bedoeling om die apostolische eenheid te zoeken. De oecumenische leer van de apostelen te bewaren. Met die erkenning zijn we nog niet meteen van alle versplintering af. Maar alleen dat uitgangspunt zal ons de ware eenheid zoekende houding geven. En ook dat we niet mogen rusten voor we naar Christus’ wil en verlangen eenheid vinden. Wat één is met de apostelen, moet samen komen in één huis, en: rond één tafel!

2.

En die eenheid is geworteld in de eenheid van God zelf. Want Jezus bidt: Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn. En in vers 23: Ik in hen en u in mij, dan zullen zij volkomen één zijn. De eenheid waarvoor Jezus bidt, is niet allereerst een eenheid met elkaar. Het is eenheid met de apostelen: de gemeenschappelijke waarheid. En zo eenheid met de Vader en de Zoon: het gemeenschappelijke leven (John Stott).

De kerk moet zeker werken aan zichtbare eenheid. Maar dat zal God alleen verblijden als het de uitdrukking is van een diepere eenheid. En dat is dat de eenheid in waarheid geworteld is in de eenheid in het Goddelijke leven.

Wat is dat? Dat Christus in ons leeft, door zijn Geest. Dat zijn Geest en liefde ons beweegt en vervult. Waarheid zonder Goddelijk leven in ons is dode orthodoxie, harteloze rechtzinnigheid (Tim Keller). Leeft Christus in jou? Daar gaat het om. En dat wordt dan ook zichtbaar, voelbaar, tastbaar: in een kerk van wedergeboren christenen. Omdat in zo’n kerk Goddelijk leven is, liefde en Geestkracht wonen.

Iemand schreef: “Hoewel we zeker de taak hebben ons geloof te formuleren, voert de weg tot de eenheid van de christenen niet via synodes en deputaten. Die is gelegen in de diepe en werkelijke eenheid met de Heer die vergelijkbaar is met zijn eenheid met de Vader.”[i] Dat is de eenheid die Christus zoekt, waar hij naar verlangt en voor bidt.

En dan komt het: waarom wil hij dat? Omdat hij wil dat de hele wereld hem zal erkennen als de Heer en als de messias van God! Tot twee keer toe zegt Jezus hier: opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden (21 en 22). En gelooft, dat u hen liefhad zoals u mij liefhad. M.a.w.: alléén als de kerk één is, alleen dan zal de wereld in Christus kunnen geloven. Dán zal de wereld, de mensen die in ongeloof leven, geloven wie Jezus is.

Zien we wat dit betekent? Dat geloof of ongeloof afhangen van de eenheid van de kerk. De eenheid in de waarheid, en de geestelijke eenheid met God. Of andersom: dat een eigenwijze hokjesgeest de wereld van het geloof afhoudt!

En dan komt het slot van dit gebed: waarin Jezus naar de verre toekomst kijkt. En ja, pas in de hemel zal de eenheid van zijn volk tot volmaaktheid komen. Want dan zullen wij zijn grootheid zien, die hij al bij de Vader had voordat de wereld gegrondvest werd (vers 24). En dan zullen wij ook delen in de liefde van de Vader voor de Zoon (vers 26). Is dat niet ongelooflijk: dat wij mensen diezelfde liefde zullen mogen ervaren?! De eenheid van de kerk is dan de eenheid in de eeuwige liefde die er is in God! Daar kunnen we ons geen voorstelling van maken, maar daar mogen we naar verlangen. Als we avondmaal vieren, mag je daar weer iets van proeven en smaken. In die verbondenheid met hem ligt de ware eenheid en de toekomst van de kerk. Laten we dat vieren, met brood en wijn!

 

Amen

 

[i] William Temple, aangehaald door John Stott, in: The contemporary Christian, Ned. vert. p. 257.

 

Joh. 17, 20-26  Joh. 17, 20-26 (handout) Joh. 17, 20-26

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *