De toekomst van de kerk – Serie preken over Johannes 17 – Preek 1: Johannes 17, 1-8

Alphen aan den Rijn, 13 november 2016

Donald Trump president van Amerika: het grote nieuws van deze week! Wie had dat verwacht?! Het verwart je: hoe kun je iemand die zo polariserend en populistisch optreedt vertrouwen?!

Wat in Amerika gebeurt, herkennen we ook hier. Wantrouwen t.o.v. de heersende elite, onvrede, afbrokkelende verbondenheid.

En de kerk? Ook in de kerk waait die wind: van rancune, verwijdering. De meningen zijn verdeeld, ieder zoekt zijn eigen zekerheden. Ook zie je mensen overstappen naar kerken van eigen smaak, of die meer vertrouwd voelen. Kunnen we elkaar nog vinden? Durven we het gesprek met elkaar nog aan te gaan?

Hoe vinden we een weg uit al die onzekerheid? In Joh. 17 lezen we Jezus’ afscheidsgebed.

Het is geen privé-gebed: zijn leerlingen luisteren mee. En zo zijn ook wij er getuige van. Jezus bidt voor zijn kerk; een kerk die dan nog geboren moet worden.

 

Christus bidt voor de toekomst van zijn kerk:

Die toekomst is er dankzij: 1. De overwinning van de Zoon; 2. De uitverkiezing door de Vader; 3. Het geloof door de Geest.

1.

Nu spreekt u rechtstreeks! Nu begrijpen we dat u alles weet! Nu geloven we dat u van God bent gekomen! Eindelijk, na al die jaren, breekt bij zijn leerlingen het geloof door. Het is voor ons niet makkelijk om te geloven. Maar voor Jezus’ leerlingen dus net zo min! En dan bedoel ik niet, dat je gelooft dat God bestaat. Maar geloven in Jezus: dat hij Gods Zoon is, de door God gezondene. Nog altijd kunnen Jezus’ leerlingen dat maar moeilijk geloven. Soms hadden ze het geloofd, vaak waren ze weer gaan twijfelen.

Zoals al eerder (14,9!) verwijt Jezus hen die traagheid ook nu. En hij waarschuwt: jullie zullen het nog zwaar te verduren krijgen. Ze zullen uiteengedreven worden, ieder zal zijn eigen weg gaan. Alsof hij het over de kerk vandaag heeft!

En blijkbaar is hij er niet gerust op, of ze hun houvast in hem dan vast zullen houden. En daarom gaat hij bidden. Voor zijn leerlingen, voor allen die door hen zullen geloven, ook voor ons dus.

En dit is een uniek moment: het zijn de laatste uren voor zijn gevangenneming. In die angstige nacht gaat de Zoon bidden tot zijn Vader. Drie dingen vallen op.

In de eerste plaats bidt Jezus: Vader, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen. God groot maken, eren (zoals er staat), dat was waar Jezus voor leefde. Nu bidt hij, dat ook zijn sterven God groot zal maken! Voor mensen lijkt het straks dat hij verliest, voor God is dit de overwinning! Gods eer wordt zichtbaar in een naakte bebloede man, hemelse glorie in een aards kruis. Waarmee hij zonde, duivel en dood zal verslaan.

Het tweede dat opvalt is: Jezus staat vlak voor dat sterven, maar nóemt het geen moment!

Nee, hij bidt: Vader, verhef mij nu tot uw majesteit! Tot de grootheid die ik bij u had voordat de wereld bestond! Christus gaat sterven, nu zal hij door het diepste van zijn lijden gaan. Toch zegt hij alleen te verlangen naar de hemelse heerlijkheid bij God. Hij grijpt terug op zijn eeuwige bestaan in de hemel, voordat hij op aarde kwam.

Toch is zijn gebed geen ontkenning van wat er nog te gebeuren staat. Nee, hij is zich er juist intens van bewust, hoe zwaar de weg is die hij nu moet gaan. Maar: vol vertrouwen ziet hij die weg als een weg naar de hemel! De weg terug naar de Vader. Straks zal zijn Vader hem verlaten, hij zal alleen zijn, in de buitenste duisternis. En toch weet hij nu al: die weg door de diepte is een weg omhoog!

En dan het derde: Jezus weet ook, dat hij de overwinning al behaald heeft! Hij dankt God voor de macht die God hem gegeven heeft. Hij spreekt hier in de voltooid verleden tijd: hij hééft Gods macht ontvangen. Macht om zijn volgelingen eeuwig leven te geven. Geen mens kan zichzelf eeuwig leven geven. Wetenschappers proberen het verouderingsproces van het menselijk lichaam te snappen. Ooit hopen ze iets te vinden waardoor mensen niet meer oud worden en sterven. Alleen God kan de dood overwinnen. Die macht heeft hij aan zijn Zoon gegeven.

En die macht heeft hij, zegt hij, omdat ik op aarde uw grootheid getoond heb door het werk te volbrengen dat u mij opgedragen hebt. Het zwaarste moet nog komen, maar hij spreekt alsof dat werk al volbracht ís.

Dus in zijn dood zal hij God grootmaken (1). Die weg door de diepte van het lijden is voor hem een weg omhoog, naar Gods glorie (2). En hij ziet dat die weg eigenlijk al volbracht ís, zodat hij de zijnen eeuwig leven kan geven (3).

Wat kunnen wij veel leren van dit gebed. Bidden is: je beroepen op Gods beloften, alles in zijn handen leggen. Zo vaak zijn wij er juist niet gerust op. Komt het wel goed, met mij, met de kerk, met de wereld? In je gebed mag je bidden als Gods Zoon: Heer, u hébt mij de overwinning gegeven!

Christus bidt voor de toekomst van zijn volgelingen, zijn kerk. Niet de kerk is je zekerheid, niet het oude vertrouwde. Je ziet die kerk veranderen, in beweging, afbrokkelend zelfs. Waar vind je dan zekerheid in? Hoe zorg je, dat je geen verzuurde mopperaar wordt, waar onze tijd vol van is? Als je bidt, erken je dat Jezus overwon. Daarin vind je rust!

2.

Er is nog iets wat ons uitzicht en hoop geeft in dit gebed: Gods uitverkiezing. Als je over uitverkiezing praat, bijv. met jongeren, schieten we vaak meteen in een kramp: “O! Lastig onderwerp! Kom je nooit uit!” Dan zeg ik altijd: zo praat de Bijbel daar absoluut niet over. Om te beginnen is ‘uitverkiezing’ niet een of ander theologisch dogma. Nee, het is een geloofsschat, iets wat God ons openbaart om ons te bemoedigen.

En dat blijkt ook hier, in dit gebed. Let erop dat Jezus het heeft over de mensen die u mij uit de wereld gegeven hebt. Toen Gods Zoon op aarde was, verzamelde hij leerlingen om zich heen. Twaalf apostelen, maar ook vele anderen, mannen en vrouwen. Mensen die hem liefhadden, volgden, en steunden. Voor hen bidt hij hier, als hij zegt: zij waren van u, maar u hebt hen aan mij gegeven.

Ze waren van God, zijn Vader, hun schepper, de God van het verbond met Israël. De HEER was Israëls God, Israël was Gods eigen volk. Daar waren ze trots op, en blij mee: wij zijn Gods verkoren volk! Het is waar: ze lieten zich er uiteindelijk ook op voorstaan. Alsof zij beter waren dan alle andere mensen in de wereld. Zo ontspoorde dat verkiezingsgeloof: ze gingen doen alsof je Gods liefde op zak hebt.

Maar dat God je liefheeft en uitkiest, is en blijft meer iets om blij mee te zijn dan iets lastigs! Zoals een man en een vrouw die trouwen blij met elkaar zijn. Twee die elkaar liefhebben, de hele wereld kan hen gestolen worden! Die ander is voor jou de enige in de hele wereld. Dat is dan toch ook totaal geen probléém?! Daarom noemt Jezus zijn volgelingen ook: hen die u mij uit de wereld gegeven hebt!

Ook dit kan ons helpen, in een tijd van afbrokkelende saamhorigheid. Christus brengt Gods geliefden onder Gods aandacht. Hij zegt: ik heb hen uw naam bekend gemaakt. En Gods verkiezing is, dat God hen geloof gaf, zodat ze zijn woorden hebben bewaard.

Zo juist had Jezus nog gezegd: jullie zullen het heel moeilijk gaan krijgen. Ze hebben de overwinning echt nog niet op zak. Toch dankt hij God: ze hebben uw woorden bewaard! Daarmee kijkt hij ook al ver in de toekomst. Ze zullen strijd en twijfel meemaken. Toch weet hij al: ze zullen zijn woord vasthouden, dankzij Gods verkiezing. Zo kan hij nu al zeggen: zij hébben uw woord bewaard.

Dat is de kracht van verkiezing: degenen die God kiest zullen zijn Woord bewaren. Ook als er aanvallen komen van de duivel, dwaalleer, ontrouw aan dat Woord. Door Gods verkiezing zullen de zijnen bij dat Woord blijven.

Zie je dat niet in onze tijd: kerken die Gods Woord herontdekken? Dat gebeurt bijv. in kerken die wij als ‘vrijgemaakten’ vroeger niet vertrouwden. De leegloop van de kerken is enorm, maar bereikt een bodem. Die doet ook die kerken weer zoeken naar de bron, de basis. En ook op de pas gehouden ‘Nationale Synode’ wordt Christus’ naam weer genoemd! Tekenen van hoop! God laat zijn kerk niet los! Omdat het zijn gemeente is, “tot het eeuwige leven uitverkoren” (HC 21)!

3.

En dat betekent ten slotte ook dat God zijn Geest aan ons geeft. Want met die mensen die God de Vader aan de Zoon gaf is een wonder gebeurd. Ze hebben Gods Woord bewaard: want zij hebben dat allereerst aanvaard!

In vers 8 kun je heel mooi het groeiproces zien dat ze hebben doorgemaakt. Kijk maar, Christus zegt: ik heb uw woorden ontvangen, en ze aan mijn leerlingen doorgegeven. Dat was zijn missie: als priester, koning, profeet. Als profeet heeft hij “de verborgen raad en wil van God over onze verlossing volkomen geopenbaard” (HC zondag 12!). Ja, hij is zelf die volkomen openbaring van Gods woord en wil!

En doordat zijn geliefden hem als Heer erkenden, hebben ze Gods Woord aanvaard. En dus, zegt Jezus, weten ze nu echt dat ik van u gekomen ben. En ze geloven dat u mij hebt gezonden.

Gods uitverkiezing betekent, dat je ook gaat geloven. Weer: geloven dat Jezus door God is gezonden! Dat hij de Zoon van de Vader is, jouw verlosser en Heer! Zie je die Geest aan het werk in jouw eigen leven? Die Gods woorden in je hart plant? Als een stevige zekerheid in een woelige wereld?

De toekomst van de kerk ligt in zijn handen. Onzekerheid en onvrede, verwarring en verstarring, ze dringen ook bij ons binnen. Het vergif van deze tijd. Daarom moeten we als kerk en gelovigen onze rug rechten. Die kracht spreekt uit dit gebed. De overwinning ís al gegeven. Gods liefde lígt al vast in Christus. Zijn Geest hééft onze harten veranderd.

Waarom klagen en mopperen we mee met de pensionado’s en babyboomers van deze tijd? Het is om te huilen hoe negatief wij soms zijn geworden over Gods kerk! Er zijn veel discussies, maar gaan we echt gesprek aan? Er worden stellingen betrokken, maar zit daar niet veel angst onder? Dit gebed leert ook ons bidden, vol hoop en verwachting. Het wapent ons: tegen een geest van malaise en onvrede. Het leert je vertrouwen: in alles zijn wij overwinnaars in hem die ons heeft liefgehad!

 

Amen.

 

 

Joh. 17, 1-8 Joh. 17, 1-8

 

 

 

 

 

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *