Gods woorden: zoeter dan honing! – Preek over Psalm 19

(Deze preek werd gehouden als eerste in de serie “Leven met de Psalmen”, en mede ter gelegenheid van Nationale Bijbelzondag 2016)

 

Als ik moest zeggen wat mijn meest geliefde Bijbelgedeelte is, vind ik dat best lastig. Elke week als ik een preek maak, geniet ik van de Bijbel! Het is zo’n verrassend boek, ik raak er nooit over uitgepraat en -gepreekt. Een boek met zoveel lijnen en verbanden, zoveel beelden en verbeelding. Maar het prachtigste is: het is het boek van mijn leven! Het boek van mijn Heer en Redder! Over hem gaat het, alles: van begin tot eind.

In mijn leven begon mijn liefde voor de Bijbel met het boek Genesis. Toen ik mijn eerste inleiding maakte voor de ‘knapenvereniging’, was dat over Abram. Toen al werd ik getroffen door de verrassing, dat Genesis al het evangelie bevat. Als God tegen Abram zegt: alle volken zullen via jou gezegend worden. Toen al leerde ik wat ik later als één van de kostbaarste schatten leerde in de theologie. Dat het Nieuwe Testament (evangelie!) in het Oude Testament verborgen is, en dat het Oude Testament in het Nieuwe Testament open gaat (Augustinus: Novum Testamentum in Vetere latet, Vetus Testamentum in Novo patet)! Dat is het grootste geheim en wonder van de Bijbel! Het is het boek van mijn Heer, Jezus! Daarom is de Bijbel mij zo dierbaar, zo’n ‘verrukkelijk’ en ‘heerlijk’ boek. “Zoeter dan honing”, zoals de dichter van Psalm 19 zegt.

Wat is jouw meest geliefde Bijbelstukje? (kort uitwisselen)

Gods woorden: zoeter dan honing!

Hij spreekt: door stille getuigen (1); door een sprekende getuige (2); door een levende getuige (3)

 

  1. Stille getuigen

Hemel, lucht, wolken, de hele wereld: alles is door God geschapen, en iedereen kan het zien. Geen mens kan daar omheen.

Dat zou je denken, ja. Toch geloven onnoemelijk veel mensen dat niet. Op die grootheid van God kun je namelijk op twee manieren reageren. Over de eerste manier spreekt Paulus in Romeinen 1. Hij zegt daar: Mensen kunnen wel degelijk iets van God weten. Want God heeft zich zelf aan hen bekend gemaakt. Iedereen ziet in de schepping dit: Gods eeuwige kracht en goddelijkheid (Romeinen 1, 19-20)! En omdat mensen verstand hebben en zelf kunnen nadenken, zegt hij, kan niemand daar omheen!

Waarom geloven zoveel mensen dat dan niet? Omdat, zegt Paulus dan, sommigen dat wegdrukken. Net zoals je telefoontje wegdrukt waar je geen zin in hebt. Soms doe je dat, al weet je dat het eigenlijk best een beetje bot is. Maar zo dus sluiten veel mensen zich af voor wat je van God ziet in de schepping. Het is toch een keus, min of meer bewust.

Er is ook een tweede manier waarop je kunt reageren. Dat is de manier waartoe deze psalm je uitnodigt. Dat je probeert open te staan voor Gods signalen. Wat je ziet van God, ga je dan ook horen. Die schepping vertelt je iets, zonder woorden. De wereld, zon, maan, sterren en planeten, die hele wereld is een soort stille getuige.

Hoe hoor je die boodschap, die stem van God? Gods stem hoor je niet als je hoofd vol lawaai en onrust zit. Pas in die stilte kun je de taal van zijn schepping leren verstaan. Je kijkt in stilte, en zo gaat de stilte spreken. Kijken is: op je in laten werken. Kijken als een kunstenaar. Dat is wat ook de dichter van Psalm 19 doet: hij is een kunstenaar, een dichter, hij spreekt beeldtaal.

Zo noemt hij de zon die opkomt een jubelende held. En zoals de zon de duisternis verdrijft (niets blijft verborgen voor zijn gloed), zo laat God zelf zijn licht schijnen. Alles straalt zijn licht uit, alles spreekt van hem! De zon, die nooit is uitgebrand! Het oneindige heelal! Of een klein kindje! (naam van het zo juist gedoopte kindje): pasgeboren, gezond en gaaf! Wat een wonder van deze God! Kijk naar die wonderen van zijn schepping, zegt de dichter. En luister, hoor Gods stem, en reageer, verwonder je: wat is God groot!

En toch, Gods stem horen in zijn schepping, het blijft lastig. Dat komt doordat die twee manieren van kijken waar ik het over had, allebei in ons zitten. Die eerste manier, waarbij je Gods signalen wegdrukt, heeft in onze tijd veel invloed op ons. Dat komt door de moderne wetenschap, waardoor je op een technische manier naar de wereld kijkt. Wat zie je dan: een ‘ecosysteem’, een gigantisch mechanisme. Mensen, dieren, planten, bomen, ze groeien volgens een causaliteit die je kunt analyseren.

Die tweede manier, kijken als een kunstenaar, is zoals een kind kijkt: verwonderd, nieuwsgierig. Voor een kind is alles is één groot avontuur, leven is spelen, huppelen in een tuin. De Bijbel nodigt je uit om zo te leven en naar alles te kijken. En dat is echt niet, dat dan je verstand op nul moet. Wij mensen kunnen denken, en moeten dat dan ook. In de kerk moeten we niet bang zijn voor vragen. Vroeger dachten we, dat de Bijbel op alles antwoord geeft, en dat je dan niet verder moet vragen. Maar Gods Geest leert ons nu, dat de Bijbel niet alles vertelt. Of beter, dat de Bijbel een andere bedoeling heeft dan op alle vragen antwoord geven.

Die bedoeling is: dat je God leert prijzen en eren. Dan erken je: er is veel wat ik niet kan bevatten: en: God is een mysterie. Dat is voor mij genoeg, genoeg om mee te zingen met deze psalm, loflied van verwondering!

 

(kijken in stilte oefenen: een korte diavoorstelling met natuurfoto’s; zonsopgang en -ondergang)

 

  1. Een sprekende getuige

En ineens stapt de dichter over op een ander onderwerp, lijkt het. Het loflied op Gods grootheid in zijn schepping wordt nu een loflied op Gods ‘wet’. Je staat er versteld van hoeveel woorden de Israëlieten kennen voor die wet: richtlijn, bevelen, gebod, voorschriften. Die ‘wet’, die was voor de Israëlieten alles. Het belangrijkste woord dat we hier tegenkomen is het Hebreeuwse woord Tora (vers 8). Zo noemden de Israëlieten hun heilige boek.

Nog altijd is dat zo, ook voor de Joden vandaag. Juist in deze tijd van het jaar vieren ze het feest Simchat Tora, ‘Vreugde der Wet’. De tora-rol wordt dan rondgedragen, en zingend dansen ze dan daar omheen.

Misschien denk je: waarom zijn die Joden zo blij met wetten?! Wetten en regels, daar moeten wij vandaag niet zoveel van hebben. Ze herinneren ons aan een tijd vol vastomlijnde opvattingen en regels. Dat zijn voor velen in de kerk niet altijd onverdeeld positieve herinneringen. Die overtuigingen gaven duidelijkheid, dat wel; maar wat voor duidelijkheid? Het leidde soms tot een sfeer van veroordeling van elkaar.

Maar zo voelden de Israëlieten dat totaal niet, als het om hun Tora gaat. Zij waren er juist trots op, en blij mee. De Tora herinnerde hen niet aan onvrijheid, maar aan hun bevrijding. Ze was het teken van Israëls speciale positie, het voorrecht dat zij het volk van God waren. Gods wetten en voorschriften waren het bewijs van Gods liefde voor zijn volk. De Tora is voor Israël de bron waaruit ze leven, bron van vreugde!

De dichter somt op hoe prachtig die Tora is (vers 8, 9 en 10): volmaakt, betrouwbaar, eenduidig, helder, zuiver, waarachtig, rechtvaardig. Typisch Hebreeuwse poëzie, die herhaling in steeds andere woorden. Bijbelschrijvers van die tijd doen dat om woorden extra nadruk te geven. In die herhaling zit bovendien een opklimming. Zo eindigt het in vers 9 weer bij dat motief van het begin van de Psalm, het licht van de zon. Van die zon werd in vers 7 gezegd: niets blijft voor zijn gloed verborgen. Zo is het ook met Gods woorden: het licht daarvan verlicht je pad. Ze geven je wijsheid om de goede weg te kiezen. Ze laten zien wie God echt is. Ze brengen levenskracht, wijsheid, vreugde, licht (vers 8, 9 & 10).

Gods geschreven woorden spreken dus nog veel duidelijker dan die stille getuige van zijn schepping. Ook omdat je je in die schepping nog kunt vergissen. Kijk je naar de natuur, dan zie je niet alleen Gods grootheid. Maar ook verwoestende krachten: een orkaan (Haïti), een aardbeving (Italië). In de gebroken wereld van nu is de boodschap van die stille getuige niet altijd helder en eenduidig. Je hebt meer licht nodig, om God te kunnen kennen. Daarom gaf hij zijn Woord, Tora en evangelie. Dát geeft je wijsheid, vreugde, licht. Daarom is dat Woord “meer waard dan goud”; en: “zoeter dan honing”.

Is Gods Woord jou ook zo lief? Je kostbaarste bezit? Is dat te merken in hoe jij er mee leeft? In wat jij daar aan schatten uit put?

  1. De levende getuige

Nu wordt het ten slotte nog persoonlijker. Weer is er een soort overgang, als de dichter in dat licht van Gods Woord naar zichzelf kijkt. Dat Woord van God, het heeft een wonderlijke kracht. Dat zit niet in het boek op zich. Christenen hebben geen boek-geloof. We hebben niet zo’n relatie met de Bijbel als de Joden met hun Tora, of als Moslims met de Koran. Bij de Bijbel gaat het om de boodschap. Gods geschreven woorden zijn een levend Woord geworden. Gods woorden werden vlees en bloed, in zijn Zoon, Jezus Christus.

Gods schepping laat zijn macht en grootheid zien. Daar kun je al dan niet voor openstaan. Gods geschreven Woord laat zijn speciale liefde voor zijn volk zien. En zo nodigt dat Woord je uit om de levende Heer zelf te ontmoeten. Het mensgeworden Woord van God, zijn Zoon Jezus Christus. Hij is de diepste inhoud, het hart van de Bijbel, van Oude en Nieuwe Testament.

En daarom doet dit boek een appel op jou, op je hart. God komt steeds dichter bij. Van de algemene taal van zijn schepping naar de liefdestaal van Jezus. Dus kun je daar niet meer alleen maar naar kijken. Daar moet je vroeg of laat op reageren. God klopt hiermee op de deur van jouw hart. En ineens voel je: nu sta ik voor een keus: God wil ín mij komen, bij mij wónen!

Wow! Dat is heftig! Wil ik dat wel, durf ik dat echt?! Gods liefde, die jou wil vervullen! De dichter valt nu op zijn knieën. De psalm wordt een gebed: Spreek mij vrij van verborgen zonden (…). Laat hoogmoed niet over mij heersen (…). Laten de woorden van mijn mond u behagen, de overpeinzingen van mijn hart u bekoren… Je voelt de eerbied, het ontzag, van iemand die zich oog in oog met God zelf voelt staan. De Bijbel is geen dood boek, maar het is doorademd van die levende getuige. Jezus die door zijn Geest spreekt, niet meer door je oren, maar in jouw hart.

Wil je die stem horen, dan moet je nog stiller worden. En dan merk je: daar, binnen in mij, is iemand bezig zijn licht te laten schijnen. Opnieuw: niets blijft verborgen voor zijn licht! Hij doorlicht je hart, tot de donkerste hoekjes van je ziel. Dat maakt me klein, want nu sta ik oog in oog met God de Ontzagwekkende. Die met zijn eeuwige liefde bij me wil wonen. Dat is wat God wil, en wat hij belooft ook bij de doop. Dat hij met zijn Geest in je wil wonen en je een levend lichaamsdeel van Christus wil maken. Prachtig, maar ook heftig! God die jouw leven nieuw maakt. Zodat je gaat leven uit zijn liefde, en tot zijn eer. Een eeuwig leven!

 

Amen.

 

Psalm 19 (4) Handout preekverwerkingPsalm 19 (4) Psalm 19 (4)

 

 

 

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *