Strijden extremisten tegen democratie of tegen de pervertering ervan?

“Een aanval op de vrijheid van meningsuiting”

Na de satanische aanslag in Parijs roept men om het hardst: dit is niet maar een aanval op personen, dit is een aanval op de vrijheid van meningsuiting. In talkshows verschenen meteen hordes satiretekenaars en cabaretiers. Journalisten riepen luid en duidelijk: een aanval op de persvrijheid! Gelijk hebben ze natuurlijk. Deze terroristen kozen niet voor een groepje mensen die gezellig zaten te babbelen op een bankje in het park, maar welbewust voor de redactie van een blad dat staat voor het recht om te shockeren in het kader van de onaantastbaarheid van de vrijheid van meningsuiting.

Maar bij al het gelijk van deze commentatoren vraag ik me toch iets af. Komt er nu niemand op het idee om ook naar onszelf te kijken? Onszelf, zeg ik, omdat ik mezelf erbij insluit: bij de westerse wereld die gelooft in waarden als pers-, godsdienst- en opinievrijheid. Waarden om na enkele wereldoorlogen en totalitaire ideologieën nooit meer prijs te geven! Als ik dit schrijf, ben ik me ervan bewust dat ik dit kan dankzij die verworvenheid en zegen van de westerse samenleving.

Toch vind ik veel van dit geroep nogal obligaat, om niet te zeggen dogmatisch, leerstellig. Alsof er opnieuw een middeleeuwse kerk aan het woord is: wie deze waarden niet aanhangt wordt in de ban gedaan! Men vergeet: deze waarde van geloofs- en persvrijheid bestaat bij de gratie van de vrije keus! Niemand kan gedwongen worden dit geloof te omarmen, we dragen het uit en propageren het slechts als het beste tot nu toe. Ook als christen ben ik dankbaar in een vrije wereld te mogen leven, beseffend dat tal van mijn broeders en zusters in het geloof elders in de wereld zuchten onder intimidatie en wrede vervolging. Maar heeft de veelgeroemde vrijheid van het westen ook geen keerzijden, die we onder ogen moeten kunnen zien, zonder verkettering bij voorbaat?

 

Democratie: welke?

De VS en West-Europa zien zichzelf als de wereldwaakhonden van het politieke systeem dat democratie heet. Maar strijden moslimextremisten tegen de democratie of ‘vrijheid’ op zich? Het heeft alle schijn dat dat zo is. Moslims geloven niet in een scheiding van machten, van kerkelijke/godsdienstige en wereldlijke macht (vaak simplificerend ‘scheiding-van-kerk-en-staat’ genoemd). De meeste moslims zullen de westerse praktijk waarin ze leven als een gegeven beschouwen, zich eraan onderwerpen en erin meedoen. Maar de Islam kent ook andere lijnen en lagen, die meer wijzen in de richting van de vorming van een wereldkalifaat of van een door religieuze leiders geregeerde staat met godsdienstige rechtspraak.

Christenen kennen die traditie op zich ook. Scheiding van machten van tempel en koning bestond ook in het oude Israël niet. Maar de Bijbel kent een historische ontwikkeling en met de komst van Jezus Christus wordt de kerk internationaal en gaat op in de volken van de wereld. De Bijbel leert, dat gelovigen onderdanen zijn van het hemelrijk, burgers van het koninkrijk van God. Niet hun volks- of nationale identiteit is bepalend, maar hun identiteit ligt in dat rijk van Christus.

Wel is het zo, dat het in de geschiedenis even geduurd heeft voordat de West-Europese kerk daar echt de consequentie uit trok. De positie van de kerk vanaf de Middeleeuwen was in Bijbels licht niet anders dan een gecorrumpeerde: de kerk had zich ingelaten met de macht en zichzelf zo besmet en ongeloofwaardig gemaakt, met alle gevolgen van dien: dwang, onderdrukking en onrecht. De zestiende-eeuwse Reformatie was een eerste beweging die zich tegen deze machtspositie van de kerk keerde. Volksmassa’s die met deze beweging meegingen (vrije burgers en stedelingen), gingen vaak in eerste instantie tot het reformatorische geloof over om zich te emanciperen van de kerk-statelijke monopoliepositie van het machtsimperium van pausen, bisschoppen en koninklijke hoven. Het was de eerste emancipatiegolf op zoek naar de rechtmatige positie van de kerk, die door de kerken in onze tijd eindelijk steeds meer wordt erkend en beseft: de positie in de marge. Juist vanuit die marginale plek kan de kerk weer haar eigen betekenis hebben en laten zien wat zij waard is in geestelijke dienstbaarheid.

Strijden voor de macht zal de kerk dus vanuit de Bijbel gezien nooit mogen doen. Toch hebben christenen wel een politieke verantwoordelijkheid. Ook omarmen we de democratie, als ‘best practice’ tot nu toe. De democratische regeervorm biedt ons net als ieder ander de ruimte om onze inbreng te hebben, vanuit de Bijbelse boodschap van gerechtigheid en vrede.

Maar hier liggen nu juist mijn vragen. Want wat is democratie? Wat is zij nóg? Democratie is de regeervorm, waarin de meerderheid het voor het zeggen heeft, is een gedachte van velen. Je moet dus zien dat je aan de macht komt, dan kun jij bepalen wat er gebeurt. Deze opvatting van democratie lijkt wijdverbreid. Maar is dat geen tragisch misverstand, sterker nog, is het niet de doodsteek voor de democratie? Zal de democratie aan deze opvatting niet juist te gronde gaan?

Democratie is niet het recht van de sterkste, het is bescherming van het recht van de zwakste! Democratie is het systeem waarin minderheden veilig zijn! En op dit punt wordt democratie steeds verder uitgehold. Veel politici die nu op het pluche zitten, laden minstens de verdenking op zich dat ze niet gaan voor het belang van het volk maar vooral uit zijn op stemmenwinst. De uitspraak ‘macht corrumpeert’, toegeschreven aan Montesquieu, zou wel eens maar al te waar kunnen blijken te zijn. Democratie kan niet de macht van de sterkste betekenen, dan zijn we allen onderworpen aan de grillen en mogelijk zelfs terreur van de z.g. ‘meerderheid’.

Bovendien, veel z.g. verdedigers van de democratie blijken in werkelijkheid uit te zijn op het veiligstellen van hun eigen belangen. Dat geldt zeker voor wereldmachten als Amerika en Europa. Er worden mooie woorden gesproken over vrijheid en democratie, maar zijn onze economische belangen niet vaak mede het motief? Is het alleen maar edelmoedigheid dat Amerika troepen naar Irak stuurt of dat we stellingen van ISIS bombarderen? Die vraag wordt al helemaal urgent als er rapporten verschijnen waarin onthuld wordt dat de Amerikaanse veiligheidsdiensten op grote schaal gebruik maken van marteling van politieke gevangenen. Ook als dat terrorismeverdachten zijn, lijkt me dat op geen enkele manier te rechtvaardigen. Intussen wordt hiermee de hoge norm van democratie en het recht op vrijheid voor ieder individu ongeloofwaardig gemaakt.

Ook in de huidige intolerantiebeweging en het politiek rancuneuze klimaat in West-Europa wordt democratie in snel tempo om zeep geholpen. Mensen als Geert Wilders doen niets anders dan hun politieke tegenstanders karikaturiseren. In het politieke debat wordt z.g. ‘onparlementaire taal’ niet meer geschuwd. Na de PVV doen steeds meer politici mee in dit koor van tegen elkaar opbieden en respectloos spreken over hun politieke gesprekspartners die anders denken. Daarmee wordt een harde en gewelddadige manier van communiceren en spreken bevorderd, ook maatschappelijk. Verbaal geweld voedt ook de gretige onvrede bij de onderkant van de samenleving. Een onfrisse rioollucht stijgt op tot in de ruimtes waarin een zindelijk debat zou moeten kunnen worden gevoerd. Juist een partij die zich afficheert als partij ‘voor de vrijheid’ is bezig die democratische vrijheid af te breken. En een klimaat te bevorderen waarin mensen alleen nog maar kunnen denken in termen van macht en invloed. Dienstbaarheid en bescherming van de meest kwetsbaren, de oorspronkelijke roeping van de overheid, zijn zo ver te zoeken. Het is ieder voor zich, op de barricade voor je eigen safety en belang.

 

Geperverteerde vrijheid

Dit klimaat is ook herkenbaar in de media en journalistiek. Direct na de aanslag in Parijs dook de leus “Je suis Charlie” op. Begrijpelijke en terechte solidariteit, kun je zeggen. Maar ook een identificatie die ons meteen de ruimte ontneemt om ook kritisch te durven kijken naar satirische uitingen. Laat duidelijk zijn: de redactieleden van Charlie Hebdo hadden nooit vermoord mogen worden. Ik kan daar geen ander woord voor vinden dan dat het een satanische daad was: ingegeven door de Boze, de macht van het kwaad en de duisternis zo je wilt. Dat geldt overigens van alle terreurdaden in de wereld, die intussen gewoon doorgaan en vele malen meer onschuldigen met dood en geweld treffen. Hier geldt de vloek die al in het begin van de Bijbel wordt uitgesproken over ieder die zich vergrijpt aan menselijk leven: ”Wie het bloed van mensen vergiet, diens bloed wordt door mensen vergoten, want God heeft de mens als zijn evenbeeld gemaakt” (Genesis 9, vers 6). En Jezus zelf waarschuwt zijn eigen volgelingen als ze naar het zwaard grijpen: “Wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen” (Matteus 26, vers 52). Je hoeft niet eens gelovig te zijn om hier voor het grootste deel mee te kunnen instemmen.

En toch is er een kant aan deze zaak, die ik voorzichtig aan de orde wil stellen. Laat ik dat in de vorm van een vraag doen: als vrijheid van meningsuiting een onaantastbaar recht is, moet je dan altijd de grens daarvan opzoeken? Iedereen mag alles zeggen en satires zijn volstrekt legitiem. Ik pleit er zeker niet voor, dat daar ook maar enige beperking aan wordt opgelegd. Sterker, volwassen culturen en godsdiensten moeten dat aan kunnen, satire en humor. Volgens Sukke en Fokke zijn ook christenen geen tophumoristen, maar ze gaan tenminste niet schieten. Christenen moeten satire en humor verdragen, en kunnen dat ook. En zelfs waar humor ontaardt in spot, hoon en minachting, zijn christenen daarop voorbereid. Ik zeg niet, dat ze dat allemaal maar lijdelijk over zich heen moeten laten gaan, maar de manier waarop je erop reageert, komt er op aan. De Bijbel voorzegt, dat christenen spot en minachting zullen ondervinden. Dat krijg je, als je Jezus volgt, die zelf aan de schandpaal werd genageld. Wij hebben geen ander lot te verwachten. Als we in vrijheid leven en alle ruimte krijgen, mogen we dankbaar zijn, maar zolang als het duurt. Andere christenen elders weten al lang wat het is om uitgespuugd en verguisd te worden.

Maar nogmaals, christenen weten dat dit gebeurt en zal gebeuren. Daarbij mogen we ook wel eens wat meer humor hebben. Niet elke spotprent over de kerk of zelfs over God of Jezus is bij voorbaat een blijk van minachting. Humor is allereerst ook zelfspot en zelfrelativering, al zullen gelovigen altijd huiverig blijven voor het belachelijk maken van wat hun heilig is.

Voor veel moslims lijkt dit anders te liggen. Deze dagen hoorde ik zelfs een commentator en islamkenner zeggen, dat door veel moslims de belediging van Allah als minder erg wordt gezien als het beledigen van de profeet Mohammed. Maar daarnaast zullen we ons de vraag moeten stellen hoe het komt dat sommige moslims zo furieus reageren op spot en belediging. Kan het zijn (weer vragenderwijs), dat er naast het aantasten van wat voor hen heilig is nog een ander sentiment een rol speelt: de ondergeschikte en zelfs uitzichtloze positie van veel moslims in het Westen en in de wereld in het algemeen? Lopen hier niet soms vele gevoelens door elkaar, die soms religieus geduid worden maar in werkelijkheid veel complexer zijn? Het gevoel achtergesteld te zijn is in grote delen van de islamitische en Arabische wereld diep geworteld. Wereldmachten als Amerika worden diep gewantrouwd. En daarbij wordt de heersende libertinistische levensstijl in de westerse wereld als goddeloos en decadent gezien. Denkend vanuit een religieus gevoede moraal kan men zich daarbij best wat voorstellen.

Is in dat licht de vraag niet gerechtvaardigd, of shockeren en satire altijd wel zo nodig zijn? Ik ken het blad Charlie Hebdo niet, heb er de laatste dagen een paar afbeeldingen van gezien, ik kan nu niet zeggen dat ik onder de indruk ben van deze manier van prikkelen of het debat aanjagen. En is dat echt altijd wel het doel? Hoe diep kijken satiristen in hun eigen ziel om hun motieven transparant te maken? Kan er ook niet sprake zijn van een stukje minachting en afwijzing van achterlijkheid vanuit een ivoren toren van westerse superioriteit? Kan er in al dat dogmatische geroep over persvrijheid en vrijheid van meningsuiting ook niet een stuk arrogantie van de macht zitten?

Wij zijn het Westen, is het geloof dat onze westerse samenleving meent te moeten uitdragen. Het hoogste niveau van beschaving dat bereikt is. Maar moeten we nu echt zo trots zijn op al onze verworvenheden: seksuele grenzenloosheid met de daarmee soms verbonden relationele chaos en opvoedkundige stuurloosheid, het willen beschikken over leven en dood (abortus, euthanasie en de beweging die strijdt voor recht op levensbeëindiging), het grote graaien van bankiers en de materialistische en hedonistische mentaliteit van velen, en ga zo maar door.

Ik wil hier niet de indruk wekken dat christenen moraalridders zijn, die menen tegen al deze zaken hun stem te moeten verheffen. Sterker nog, ik beschouw mij zelf als westers individu, in grote mate zelf ook gevormd door en in dit klimaat van rechten en vrijheden. Bovendien: wie ben ik en wie zijn wij als kerken dat we deze vrijheden zouden willen bestrijden of onze stem ertegen zouden willen verheffen? Wij zijn niet meer dan een marginaal groepje, misschien straks ook aan de beurt om door deze samenleving uitgespuugd te worden. Er zijn bij zo’n aanslag ook alleen maar verliezers, en enig oordeel over de omgekomen redactieleden van Charlie Hebdo komt ons geen seconde toe. Zij mochten doen wat ze deden, dat is ons rechtssysteem. De enige vraag die ik stel is echter deze: móet je altijd doen wat je mag doen? Ook als je weet dat er mensen zijn die je daarmee in het diepst van hun ziel grieft. Waarom móet je dat doen?

Met die vraag blijf ik dus zitten. Tegelijk voel ik mij verbonden met de mensen die nu in rouw gedompeld zijn. Terreur is en blijft duivels. En als de Bijbel ons iets leert, dan is het dat je je niet moet laten intimideren. Dat geldt zeker voor mensen die met God verbonden zijn. Die hebben niets te vrezen of verliezen, ze horen al bij dat andere koninkrijk. Als er morgen iemand met een kalashnikov de kerk binnenstormt zal ik de gemeente manen tot rust. Vrees niet degenen die wel je lichaam kunnen doden, maar je ziel niet kunnen aantasten. Vrees hem die beide, zowel je lichaam als je ziel, in het eeuwige vuur kan storten, het vuur van zijn oordeel over alles wat onrecht is en kwaad was.

 

Parijs rouwt, de wereld is geroepen naast de Fransen te staan. Terrorisme is duivels. Wij zijn het Westen, dat is: vrijheid. En: bescherming van wat zwak is! In Gods naam. En eer je medemens, ook in wat hem heilig is.

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *