Glossy Jezus!

 

[PICS] Een eigen glossy voor Jezus

 

Een beetje gerespecteerd persoon krijgt z’n glossy…

Een glossy, het woord is niet meer weg te denken. Ben je een beetje iemand, dan krijg je je eigen glossy. Wat is een glossy eigenlijk? Letterlijk een op luxe glanzend papier uitgebracht tijdschrift met veel foto’s, een magazine dat je niet zo maar weggooit. Nu dus één over en rondom Jezus. Zaten we daar op te wachten?

De reacties lopen nogal uiteen. Sommige gelovigen hebben het er niet zo op. Ze hebben bij zoiets ‘werelds’ al gauw het gevoel dat dit helemaal niet zo bij Jezus past, niet bij hún Jezus. Een ‘glossy’, dat is te gelikt, je denkt dan meer aan iets commercieels, aan glitter & glamour. Als iets niet bij Jezus past, dan is dat het: grandeur, een presentatie als van een celebrity of royalty.

Maar dat is nu juist ook wat me treft als ik dit inderdaad fraai vormgegeven blad doorblader en lees. Het gaat ergens wel over een echte Jezus, de Jezus zoals hij waarschijnlijk wilde zijn: iemand die iets van God laat zien maar dat heel kwetsbaar menselijk dichtbij brengt. Die Jezus willen veel mensen wel. De mensen die in deze glossy aan het woord komen, spreken met respect over hem. De meesten haasten zich te zeggen dat ze niet gelovig zijn, maar durven het toch aan iets over Jezus te zeggen wat hen heeft geraakt en zo hun naam met hem te verbinden. Dat geeft deze glossy iets geloofwaardigs. Het is niet het zoveelste evangelisatieblaadje dat bol staat van de Jezus van evangelische gelovigen, bedoeld om mensen echt te overtuigen dat ze gered moeten worden en daarom Jezus asap in hun hart moeten ontvangen. Nee, het is veel eerlijker, het spreekt de taal van mensen die daar ver van af staan, en toch in hun zoeken naar zin en vrede juist verassend dicht in de buurt zitten van wat Jezus misschien wel echt wilde.

 De beste reclame was die van mijn buurman waar ik de glossy kocht: “De mensen vragen: is hij erg christelijk? Nee, zeg ik, je kunt ‘m gerust kopen”… 

Je pesters vergeven

Arthur Japin is zo iemand. Bijzonder dat hij in dit blad wilde schrijven. Want schrijven, dat kan hij! Woorden waren eens zijn vijanden, vertelt hij. Hij werd er letterlijk mee bestookt. Nu zijn woorden zijn vrienden, hij slaat terug en is niet meer te verslaan. Toch gebruikt hij woorden niet om anderen mee dood te steken. Hij verwoordt er kwetsbaarheid mee, het levensverhaal van een mens die buiten de groep viel en alleen stond. Maar die dat in zijn leven weet te overwinnen en van dat alleen staan zijn kracht weet te maken: een eigen koers kiezen, dwars tegen de mainstream in. Zoals Jezus deed!

Mooi schrijft hij over vergeving: een keus, geen plicht. Wie jou iets heeft aangedaan kunnen vergeven is een daad waarmee jij jezelf bevrijdt uit de gevangenis van je eigen wrok en slachtofferschap. Dat Jezus zijn leven gaf voor de zonden van de mensen, dat gaat hem echter te ver. Dat begrijp ik wel, zoveel mensen willen daar niet aan. We verzetten ons daar tegen: een ander die moet boeten voor jouw misstappen, never nooit! Maar juist dit uiting geven aan dat diep-menselijke verzet tegen Jezus’ daad van liefde brengt de verhalen in deze glossy zo dichtbij! Een integer verhaal van Japin!

Ook Reinier is gepest. Hij schrijft over momenten waarop hij ineens in tranen is, in Keltische spiritualiteit een ‘dunne plaats’ genoemd, een plek of moment waarop de hemel ineens dichtbij is. Voor hem gebeurt dat in sommige verhalen over Jezus, vooral het verhaal dat hij zijn beulen vergeeft. Hierin herkent hij zijn eigen verleden van gepest en uitgesloten worden.

Dat vergeving een belangrijk thema in de glossy is, valt op. Volgens Japin hebben we geen Christus nodig die voor ons stierf. Vergeving is een daad die jou bevrijdt van rancune en boosheid. Als je die ook nog eens kunt geven als mooiste geschenk van wie jou leed heeft berokkend, “leeft Jezus in ons voort”, zegt ook psychiater Bram Bakker. Hoe je er ook over denkt, een mooie boodschap, een christelijke boodschap ook, durf ik wel te zeggen. Niet de hele christelijke boodschap, want dan moet je meer zeggen: daders zijn we allemaal, geen mens kan zonder vergeving. Maar juist daarom zijn die beide witte bladzijden met het onderschrift #DITISVERGEVING zo veelzeggend…

 

Tattoo Bob en gebedsplekjes

Integer vind ik ook het verhaal van Tattoo Bob,  die al sinds 1968 tattoos zet in Rotterdam-Zuid, waaronder heel veel Jezus-tatoeages. Zeemannen en voetballers, velen willen Jezus op hun arm of schouder. Een kruis, gevouwen handen, een Bijbeltekst zelfs. Tattoo Bob zelf vertelt van zijn bijna-dood-ervaring, toen hij eens een week in coma lag. Hij zag Petrus, die hem wenkte (“een zwarte kap over zijn hoofd”: Petrus als een soort beul??), maar hij was rebels en zei tegen Petrus: “Het is goed met je”, en ging terug naar zijn vrouw en kinderen. Sinds die ervaring weet hij dat er ‘meer’ is.

Ook mensen die “Jezus in huis” hebben, zoeken iets hogers. Ze komen aan het woord en we zien huisaltaartjes en gebedsplekjes. Een icoon aan de muur, een crucifix, een kaars op een tafel voor een foto, een compleet Jezusbeeld, allemaal manieren om iets van God of het goddelijke te visualiseren. “Weg van de sleur van de dag”, “even een rustmomentje”, hoeveel mensen snakken er niet naar! Toch lijkt de glossy niet een soort vage spiritualiteit te promoten (als hij al iets wil promoten), Jezus blijft de persoon op wie men zich richt of die iets van dat Goddelijke en eeuwige vertegenwoordigt.

 

Why Should The Devil Have All The Good Music

Prachtig vind ik de bijdrage van Leo Blokhuis. Hij geeft een mooi overzichtje van de geschiedenis van de blues en de invloed van de spirituals in de wereld van de popmuziek. Prikkelend is zijn uitspraak aan het begin: “Als je je ziel aan de duivel verkoopt, word je een geniale gitarist. Als je je hart aan Jezus geeft, ga je vlakke praisemuziek maken”. Eindelijk het deskundige oordeel van een kenner! Praise-, gospel- en worshipmuziek, het blijft vaak allemaal zo binnen brave lijntjes van muzikale lievigheid. De echte rauwheid van het leven hoor je meer terug in de blues en jazz, met hun roots in de harde realiteit van negerslaven op de plantages. Het begint met blueslegende Robert Johnson, die zijn ziel aan de duivel zou hebben verkocht in ruil voor weergaloos gitaarspel dat hem beroemd maakte. Tja, het lijkt inderdaad vaker, dat de blues ons in duistere nachten brengt. Zei ook Daniël Lohues niet zoiets, toen hij een bluesperiode had doorlopen? Maar weer treft me die eerlijke benadering: waar vind je meer ‘Jezus’? Waar je niet meer om hem heen kunt, of daar waar het harde leven wordt vertolkt? Ik ben het in ieder geval zeer eens met de uitspraak van Blokhuis: “Interessante muziek zegt je niet hoe het zit, het verwart je juist. Het zoekt, het schuurt en het vraagt.”

Ook in de bijdrage van Karel Smouter, over volksheld JC, alias el Salvador, ontmoet ik dat weer. Cruijf en André Hazes, beiden zijn volkshelden, juist in hun potsierlijke eenvoud en kwetsbare klunzigheid. “We hebben leiders en verlossers die we koesteren vanwege hun menselijke zwaktes.” “Een God met littekens”, naar het gedicht van Edward Shillito vanuit de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog: “De andere goden waren sterk, maar u was zwak; zij reden, maar u struikelde naar de troon. Alleen Gods wonden kunnen spreken tot de onze, en geen enkele God heeft wonden, behalve u”. Een geloofsbelijdenis die Nietzsche verafschuwde als de verheerlijking van het zwakke, maar die volgens Smouter juist iets moois laat zien, iets wat we moeten koesteren. Komt ook in dit beeld niet de echte Jezus naar voren?

 

Feit en fictie

Over Jezus veel feiten in dit blad. Historische bronnen en kennis zijn zeker geraadpleegd, er wordt over het algemeen geen stupide onzin over Jezus geventileerd. Dat kan zo maar, als je kijkt naar de gretigheid waarmee velen azen op kerkschandalen en complottheorieën die de kerk en de christenen als afgedaan aan de kant schuiven. Het blad is eerder informatief en goed gedocumenteerd te noemen, alweer een reden om het positief aan te bevelen wat mij betreft. Fictie over Jezus wordt kort en krachtig ontmaskerd, zoals door Reinier Sonneveld als hij het heeft over de vraag die velen blijkbaar zo spannend vinden: had Jezus een relatie met Maria Magdalena? Hij ontkent niet krampachtig dat Jezus seks gehad zou kunnen hebben, maar zegt ook heel nuchter: ik denk niet dat hij getrouwd was. Gewoon omdat er in de historische bronnen niets over wordt gesuggereerd. En stel dat hij echt een gezin had gehad, dan “waren die wel beroemd geworden en hadden we dat geweten”. Jezus wilde zich gewoon aan zijn missie wijden en had waarschijnlijk helemaal geen tijd voor een relatie. Ik hou hier wel van, niks geen onzinnig gespeculeer dat nergens toe leidt behalve tot verlekkerd gefantaseer. Er zijn belangrijkere dingen in de wereld gaande.

 

En de kerk?

Jezus stichtte geen kerk, is één van de feit-tegenover-fictie-uitspraken. Maar als je het over Jezus hebt, kan zijn kerk niet ongenoemd blijven. “De kerk is een mannending”, zo lijken vrouwen het roerend met elkaar eens. Of niet? Want ook wordt opgemerkt: vrouwen waren altijd al geloviger dan mannen. En voor Goedele Liekens blijft Jezus een “vrouwenmagneet”: “Jezus past voor mij in het rijtje dalai lama en Nelson Mandela. Onbevreesd, niet buigen voor gezag. (…) Ik zou wel op hem vallen, door zijn durf, zijn moed en charismatische manier van spreken.”

En zo komt een heel rijtje vrouwelijke Jezusvolgelingen aan het woord, protestantse predikanten, vrouwen in toga, en een enkele homoseksueel. Vrouwen hebben altijd een belangrijke rol gehad, ook in de Bijbel. En Jezus ging heel gewoon met ze om, in een tijd waarin dat helemaal niet zo geaccepteerd was. Geeft de kerk het juiste Jezusbeeld? Houdt de kerk hem veelal niet gevangen in eigen structuren? Dat is inderdaad een mannending: in control blijven, het geheel naar je hand zetten. Durft de kerk het aan met Jezus? Die conventies voorbij ging?

Hoe dan ook, ik vind de glossy geslaagd. Omdat het niet alle vragen voorziet van dichtgetimmerde antwoorden. Het laat je achter met nieuwsgierigheid. Dit is de manier waarop veel mensen misschien wel graag verder op zoek willen gaan. Het geeft je de ruimte, het ademt respect. Er wordt niet te veel gezegd. Er wordt op tijd een stapje terug gedaan. En het laat je zitten met een lege kribbe met daarin een briefje “Ben zo terug”. Deed me denken aan een bord in een tuincentrum, kerst 2014: “Kerststallen zijn zonder Jezus. Die is te verkrijgen bij de kassa”. Toch eerst betalen voor vergeving? Een tragische vergissing! Nee, de krib is leeg, “ben zo terug”. Het blijft spannend. Inderdaad, wat achterop staat slaat de spijkers op hun kop: Jezus! is verschenen…

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *